#3.3. AP versus parentificatie

Voor wie mijn vorige blogposts nog niet (volledig) heeft gelezen. Parentificatie kan kort omgeschreven worden als onevenwichtige, non-responsieve en ongepaste zorg. Dit kan o.a. inhouden dat je als kind te snel volwassen moest worden, verwaarloosd werd, genegeerd/ontkend, mishandeld, gemanipuleerd en waarbij ze onrealistische verwachtingen hadden van je als kind zoals perfectionisme waarbij de eigen wensen op het kind werden geprojecteerd.

Naast hechting is constructieve parentificatie onmisbaar om tot een zelfzekere, onafhankelijke en respectvolle volwassene op te groeien. Constructief als in evenwichtig, responsief en gepast! Erkenning, gezien worden,

Hieronder licht ik enkele aspecten toe die kunnen helpen om constructief te parentificeren. Wat komt er aan bod?

  • de principes en het waarom van geweldloze communicatie (Marschall Rosenberg)
  • co-reguleren: als volwassene je kind mee helpen reguleren
  • hoe kan je autonomie bevorderen en ze kleine wetenschappertjes laten zijn
  • de principes van onvoorwaardelijk ouderschap (Alfie Kohn) zoals niet belonen en straffen, erkenning van gevoelens, behoefte volgend …

Ik wil in deze inleiding even benadrukken dat de meeste ouders de beste intenties hebben in de opvoeding van hun kind. Dit is geen sturing hoe je het het beste zou kunnen doen of geen belerende vinger als je het net tegenovergesteld doet. Ik wil je vooral laten meelezen hoe ik vanuit mijn etiketjes mijn idee over opvoeden heb ontwikkeld en hoe ik dit terugvond binnen AP. Ik probeer evenwicht te houden en ik doe dit AP gegeven ook niet 100%. Ik ben mens en zal steeds fouten blijven maken of hervallen in oude patronen. Maar dat is ok. Mijn kind mag zien dat het leven niet eenvoudig is maar dat wat je ermee doet het belangrijkste is. Blijven gaan en niet opgeven dus!

Geweldloze communicatie

Geweldloze Communicatie (GC ) is ontwikkeld door Marshall Rosenberg en leidt wereldwijd tot het oplossen en voorkomen van conflicten, concrete verheldering van communicatie en heling van relaties. Het is een dynamische taal van overvloed en gelijkwaardigheid. Hiervan bestaat ook een interessant boek getiteld: Geweldloze communicatie; ontwapenend, doeltreffend en verbindend.

Geweldloze Communicatie richt zich op:

  • Waarneming:  wat we zuiver waarnemen (niet hoe we daarover oordelen)

De eerste stap in het proces van GC gaat over het onderscheid maken tussen waarnemingen en oordelen en interpretaties. zoals

EvaluatieWaarneming
Hij klaagt altijdHij zei “deze vergadering is niet efficiënt”
Hij is heel vrijgevigHij gaf me een bloem
Links met oordeel, Rechts zonder oordeel: voorbeelden genoemen van blabla-blabla.be
  • Gevoel:  hoe we ons voelen bij die waarneming (niet hoe we erover denken)

Ons bewust zijn van onze gevoelens en hun rol in communicatie begrijpen, is de tweede stap in het GC proces. Onze gevoelens zijn signalen die van ons vragen om onze aandacht te focussen op wat we nodig hebben. Binnen GC zijn alle gevoelens gelijkwaardig, aangezien eender welk gevoel ons leidt naar een behoefte die onze aandacht vraagt. Dus geen onderscheid in positief en negatief, want alle gevoelens mogen er gewoon zijn.

  • Behoefte:  als basis van wat we voelen (verantwoordelijkheid nemen)

Behoeften worden gezien als een innerlijke energie die ons op elk moment tot handelen beweegt, al dan niet bewust of onbewust. Zij hebben de kwaliteit van mensen te verbinden. Het is via de behoeften dat we wederzijdse erkenning en begrip kunnen bereiken. GC helpt onze vaardigheid te vergroten in het herkennen en uitdrukken van onze eigen behoeften, evenals af te stemmen op de behoeften van anderen. Wanneer onze behoeften begrepen worden, verkrijgen we een dieper begrip , wat de kans op creatieve oplossingen vergroot.

  • Verzoek:  concrete actie voorstellen om het leven te verrijken (geen eis)

Het bewustzijn van behoeften brengt ons in een positie van eigen ‘vermogen/kracht’ . Als we vanuit deze plek willen handelen is het nodig ons bewust te zijn van concrete handelingen die leiden tot het vervullen van deze behoeften. Het is dus van wezenlijk belang dat we heldere verzoeken kunnen formuleren. Twee verzoeken die in een gesprek kunnen bijdragen aan verbinding, zijn om de andere persoon uit te nodigen om:

  • te reageren op wat je gezegd hebt
  • hen te vragen om te zeggen wat zij begrepen hebben van wat jij zei

Aangezien een verzoek betekent dat we open staan voor verschillende meningen of wensen, is het ook belangrijk om een onderscheid te maken tussen een verzoek en een eis, m.a.w. een ‘vraag’ die eerder vanuit een ‘eisende energie’ gesteld wordt en die de indruk kan geven dat de andere persoon geen keuze heeft.

GC legt de nadruk op de waarde van eerlijk spreken en empathisch luisteren als basis voor een respectvolle interactie.

Door  in een situatie ‘je eerlijk spreken’ af te wisselen met ‘empathisch luisteren’ naar de ervaring van de ander, kunnen we een dusdanig contact opbouwen wat een essentiële basis vormt voor dialoog, vertrouwen, motivatie en samenwerking. De verheldering van onze verschillende behoeften is een vereiste bij het kunnen creëren van samenwerking en oplossingen, zelfs in de meest moeilijke conflicten.

Hoe je dit kunt toepassen op de kleintjes die nog maar net de taal machtig zijn? De website van How2Talk2Kids (Faber & Mazlisch) heeft al enkel tips in een notendop vervat. Het boek is thans een echte aanrader om je in te verdiepen. Zeer praktisch en toch niet te eentonig geschreven. Bovendien schreven ze ook eentje voor de communicatie tussen broers en/of zussen.

Niet enkel hebben Faber & Mazlisch zeer praktische handvaten aangereikt. De beroemde Gordon methode mag ik zeker niet overslaan binnen het thema GC. Het boek ‘Luisteren naar kinderen: van contact naar verbinding binnen het gezin’ van Thomas Gordon is een echte bijbel bij het verbindend opvoeden. Wat wordt hierin besproken?

  • Misverstanden over communicatie binnen het ouderschap
  • De taal van acceptatie en zelf actief luisteren naar je kinderen in de praktijk
  • Hoe kan je ervoor zorgen dat kinderen naar je luisteren (niet hetzelfde als gehoorzamen trouwens!)
  • De ik-boodschap en tips om de omgeving te veranderen
  • machtsconflicten versus geen-verliesmethode in de praktijk (incl. misverstanden over deze methode)
  • Start met jezelf (acceptatie, roulerende rekening, zelfreflectie,…)

Co-regulatie

Wat is nu co-regulatie en waarom is dit zo belangrijk? Ik heb een zeer interessant en betrouwbare presentatie gevonden die jullie dit (in het Nederlands) mooi uitlegt waar het allemaal om draait. Ik vat het wel eventjes voor jullie samen.

Co-regulatie:

  • gebeurt in slaap/waak, aandacht, affect, verteringsprocessen, sensorische verwerkig, motorische controle en planning
  • komt tot stand in interactie met de primaire verzorgers
  • reguleert de ‘ervaringsafhankelijke’ groei van het zenuwstelsel van het kind = interactieve regulatie tussen vaak de moeder en het kind

Intuïtief (natuurlijk/bewust/mild) ouderschap geeft net deze responsiviteit, afstemming en gepaste zorg binnen de steeds evoluerende ontwikkelingsnoden. Hierbij zijn de principes van AP echt een must zoals:

  • voeden op verzoek
  • behoefte volgend
  • samen op zoek naar regulatiemogelijkheden (communicatie en luisteren)

De kalmte, vastberadenheid en zekerheid die je toont als ouder geeft je kind ook de nodige handvaten hoe om te gaan met stress, onzekerheid, angst etc. … Het kind zal zoeken naar een soort veiligheid zodat hij zijn primaire reflexen niet zal moeten inzetten (freeze, flight, fight of fawn). Zulke hoge cortisol levels zorgen dan op hun beurt voor een vermindering van hersenontwikkeling. Een combinatie van factoren die zouden kunnen resulteren in destructieve parentificatie kan een basis zijn voor een trauma.

Perfectie is niet haalbaar en kinderen mogen dit ook zo ervaren. Als je eens een ‘zwak’ moment hebt van een incorrecte zelf-regulatie (frustratie, vermoeid, getriggerd, …) kan dit gekaderd en besproken worden waarbij een sorry zeker mogelijk is (voorleven als voorbeeld). Onmisbaar is toch deze zelf-regulatie want je kind zal je ‘buttons’ indrukken net daar waar je jezelf nog niet in de hand hebt. Spiegelen of projecteren heet dat.

Als je reageert vanuit je eigen gekwetste kind of je trauma’s dan zal je je kind niet de gepaste, evenwichtige en responsieve zorg kunnen geven. Het aanpakken van je eigen demonen kan er dus ook voor zorgen dat je je kind op de juiste manier leert co-reguleren. Opnieuw: doorbreek die roulerende rekening en zorg voor zelfinzicht!

Onvoorwaardelijk ouderschap: constructieve parentificatie

Zonder voorwaarde, zonder macht(strijd)

Het allergrootste principe van Alfie Kohns OO (onvoorwaardelijk ouderschap) visie is dat de primaire verzorgers niks voorwaardelijk stellen binnen de ouder-kind relatie. Voorwaardelijk zoals een specifiek gewenst resultaat koppelen aan een ouderlijke waardering (of het gedrag koppelen aan de persoon). Je vindt de Nederlandse samenvatting van het boek ‘onvoorwaardelijk ouderschap’ van Alfie Kohn hier.

Zo wordt er vaak een ‘als … dan’ uitspraak gedaan om de kinderen te motiveren iets uit te voeren of ergens mee door te zetten. ‘Als je dit doet dan krijg je dat/niet’. Je spreekt dan eigenlijk hun extrinsieke motivatie aan (vanwege de beloning of de straf). Zo’n voorwaardelijke opvoeding lijkt zeker op korte termijn effectief te zijn. Een kind dat gehoorzaamt en je zonder meer volgt vanwege iets dat niet binnen hemzelf ligt. In de basis oordelen we eigenlijk over het gedrag en koppelen we dit aan iets waar wij, als ouders, in beslissen of het waardig is voor een beloning of niet. In mijn opinie niet het fundament waarop je wil verder bouwen.

Helaas wordt niet enkel een materiële beloning of straf gebruikt, maar al te vaak wordt er gehandeld vanuit een onthouding van liefde of steun. ‘Als je die keuze maakt, dan spreek ik niet meer met je’, ‘als je dat zou doen, dan hou ik niet meer van jou’, ‘zou je dit niet kiezen, dan steun ik je niet meer’. Allemaal voorbeelden van voorwaardelijkheid waarbij de persoon zijn fundamentele behoefte (een volwaardig deel zijn van een systeem/gezin/basis) opzij wordt gezet. Dit is een opvoedingstechniek die neigt naar destructieve parentificatie als dit langdurig wordt ingezet en ook als het kind niet de juiste basis of fundament (veilige gehecht) heeft om vol zelfvertrouwen toch te durven kiezen voor zijn intrinsieke motivatie.

Leren ze iets uit deze momenten die kunnen worden aangegrepen als leermomenten?

Wat is dan wel mogelijk? Je zou de lange termijn doelen kunnen beogen. Wat wil ik bereiken? Wil ik dat mijn kind luistert, door zelfinzicht en interne motivatie handelt? Dan kan je hem motiveren door middel van logische, praktische en geweldloze communicatie. Het uitleggen wat hier het originele belang van is, wat het voor- of nadeel voor het kind kan zijn als hij dit wel of niet uitvoert,  is er een compromis mogelijk, soms horen bepaalde routines of keuzes gewoon bij het dagelijkse leven. De keuze niet laten afhangen van wel of geen beloning (materieel of immaterieel).

Het is een zeer vermoeiend traject dit onvoorwaardelijk ouderschap. Veel uitleggen, herhalen en onnoemelijk veel geduld zijn hiervoor nodig. Je kan volgens mij niet 100% onvoorwaardelijk zijn. Als het bij mijn dochter om gezondheid en veiligheid draait heb ik wel een beschermende macht om haar op een bepaalde manier te doen gehoorzamen (ik gebruik nu even de term ‘gehoorzamen’ omdat dit haaks staat op het begrip ‘luisteren’).

De taal is hierbij dan ook van enorm belang. Het wil niet zeggen dat je pas onvoorwaardelijk kunt opvoeden vanaf het moment dat het kind kan babbelen. De vele uitspraken en voorwaardelijkheden die je ervoor doet worden zeker opgeslagen in hun brein. Baby’s, peuters en kleuters begrijpen de systemen, gebruiken en effecten zeer zeker ook zonder dat ze de taal machtig zijn.

Zonder projectie van eigen verwachtingen

Bepaalde ouders dragen een ‘rekening’ mee vanuit het verleden. Een roulerende rekening. Dit is een onderwerp dat ik al heb aangehaald in mijn blogpost ‘parentificatie: hoe doorbreek ik mijn roulerende rekening’.

Deze roulerende rekening zorgt ervoor dat bepaalde ouders soms al starten met bepaalde verwachtingen (meegenomen vanuit het verleden) en wensen waaraan het kind moet voldoen. Dit kan op zo’n manier worden overgebracht (door voorwaardelijkheid bijvoorbeeld) dat het kind voelt dat het geen keuze heeft dan de projectie van zijn ouders te volgen om hen gelukkig en tevreden te houden.

Dit zorgt ervoor dat het kind niet kan ontwikkelen op de normale, constructieve manier en zal blijven steken in een rollenpatroon die zijn ouders hem hebben opgelegd. Zo ook zal hij in zijn relaties verder volgens dit patroon handelen en leven.

Vaak is inzicht in je eigen roulerende rekening, je eigen demonen of etiketjes een eerste stap om ervoor te zorgen dat je niet vanuit bepaalde (onrealistische) verwachtingen, eisen, wensen of projecties gaat opvoeden. Soms wordt er ook woordelijk en fysiek gereageerd vanuit die roulerende rekening dat enorme impact kan hebben op je kind. Je kind reageert ook vanuit een aangeboren/verworven loyaliteit waarbij hij niet zal willen voorbij gaan aan de wensen van zijn ouders. Is het dan wel eerlijk om je kind een richting uit te sturen die eigenlijk jou werd opgelegd in je eigen opvoeding of zelfs helemaal omgekeerd: soms navigeer je helemaal het tegenovergestelde van je eigen opvoeding waarbij de balans dan net weer te ver omslaat.

Het is een evenwichtsoefening maar we moeten voor ogen houden dat we het kind begeleiden en het kind evenwaardig is aan ons. Hij verdient in zijn keuzes en handelingen evenveel respect als we dat van volwassenen verlangen. Zolang hij begeleid wordt op ‘zijn’ pad en bij de nodige leermomenten zelfinzicht leert via een platform van informatie en reflectie: dan zal hij zelfzekerder worden en durven gaan voor zijn eigen leven.

Met autonomie (kleine wetenschappertjes)

Als ouders neigen we teveel over te nemen van het kind, het te navigeren in spel, het te helpen bij problemen of vraagstukken die het kind (op welke leeftijd dan ook) tegenkomt. We willen dat het kind succeservaringen krijgt en nog zo snel mogelijk uit. Teleurstelling, boosheid, ongeduld of zelfs verdriet zien we niet graag waardoor we hem sneller naar de succeservaring brengen. Onze intenties zijn zeker puur, maar als we kijken naar de langere termijn: helpt dit het kind wel om tegenslagen, stress en mislukkingen te verwerken?

Het kind laten kliederen, smodderen, sukkelen, onderzoeken, proberen en dit allemaal in een voor hem veilige omgeving: dat is pas beleven en ontwikkelen.

Je verwachtingen loslaten en de omgeving voor hem veilig maken kan ervoor zorgen dat hij zich volledig mag smijten in zijn wetenschappelijk, proefondervindelijk onderzoek. Het zijn allemaal kleine wetenschappertjes en zullen met de juiste aanmoediging (op afstand) hun eigen weg vinden in de oplossingen of succeservaringen. Ze zullen zelf het succes ervaren met zijn eigen inspanningen.

Daarom is het ‘goed zo’, het gejuich en geklop en het ‘wow, goed gedaan’ niet zo’n goed idee. Want dan motiveer je hem weer extrinsiek (jouw waardering, jouw goeddunken) en zal hij het de volgende keer voor jouw waardering doen. Moeilijk he! Ik betrap me er zelf ook nog te vaak op. Maar ik ben aan het leren om gewoon te zeggen wat ik zie: ‘he, je hebt zelf een duplohuis gemaakt’, ‘je hebt alle kleurtjes gebruikt van je verfpalet’, ‘je heb die puzzel volledig zelf gemaakt’, ‘je hebt vaak moeten proberen, maar het is je gelukt’… Zo beoordeel ik zijn resultaat niet in mijn termen: goed of slecht of meh…

Bovendien kan autonomie in niet – essentiële situaties de noodzakelijkheden in het dagdagelijkse leven vereenvoudigen. Ik geef een voorbeeld. Geef je kind een eigen keuze in bijvoorbeeld 3 setjes kleding, met welk speelgoed hij speelt, met het veilig snijden van fruit/groenten (op niveau), met het meemaken van de ‘saus’ van spaghetti, met de eigen keuzen uit welk bord of beker hij eet of drinkt. Al deze autonomie zorgen ervoor dat er al minder weerstand nodig was waardoor tijdens de noodzakelijke activiteiten (eten, tanden poetsen, klaar maken om te vertrekken….) meer tegemoetkoming komt.

Behoeftevolgend maar te onderscheiden van de wensvorm

Attachment parenting: daar ging mijn overkoepelende blogpost om. Het betekent eveneens dat je behoeftevolgend kunt opvoeden. Je kind zien, horen in zijn primaire noden. Dan is het uiteraard belangrijk om deze noden te kunnen achterhalen en te benoemen. Het enige probleem is dat, bij het opgroeien van het kind, dat ze sneller zullen ressorteren naar bepaalde wensvormen die niet steeds haalbaar zijn. Het is ok om die wensvorm aan te passen of soms wat uit te stellen, zolang aan hun primaire behoefte werd voldaan. De behoefte benoemen en vertellen dat je ziet wat ze willen kan hen zeker al geruststellen. Weerstand komt er als ze voelen dat je niet begrijpt wat ze ‘echt’ willen. Natuurlijk is geweldloze communicatie hierin ook een groot deel. Uitleggen met logica, compromissen (elkaar tegemoet komen i.p.v. ‘waarom, daarom’) en geduld. Zacht assertief/kordaat is niet met ongeduld in mijn gevoel. Je zegt gewoon even waar het nu op slaat maar dat het bijvoorbeeld nu even niet kan: je komt (bepaalde en begrijpelijke tijdspanne) er later zeker op terug. Als je dan doet wat je belooft krijgen ze ook vertrouwen in je beloften en zal de weerstand in de toekomst ook minder worden.

Kalmte, vastberadenheid, een logisch (op niveau) redeneringsvermogen zonder projectie van eigen verwachtingen, met respect, de nodige autonomie, evenwichtig, responsief: allemaal begrippen die je kunt onderbrengen onder AP.

Ik hoop dat ik je wat inzichten heb kunnen geven in mijn zoektocht (en vondst) van een opvoedingsstijl die past bij het doorbreken van mijn roulerende rekening. Ik ben niet heilig, ik ben niet perfect en zeker niet alwetend. Ik val en sta iedere dag op. Het belangrijkste is dat je blijft proberen en je wilt blijven groeien. Af en toe even stilstaan om je situatie te overzien om verder te kunnen navigeren is zeker niet onmisbaar, maar een te lange stilstand is voor mij achteruitgang. Ik moet blijven bewegen, reflecteren en aanpassingen doen zodat ik (intrinsiek) tevreden kan zijn met de groei die ik maak.

Als je vragen hebt (praktisch of theoretisch) over deze thema’s of je wil gewoon even van gedachten wisselen kan dit steeds. Je kan via mijn facebook pagina contact opnemen.

https://www.facebook.com/howtoheallife/

Zorg voor jezelf (en anderen), hou het gezond, blijf in uw kot en tot snel!

#3.2. AP versus hechting

Hechting. Het komt je misschien de oren uit. Mijn blog is één en al hechting. Ware het niet dat deze hechting de basis vormt van je kindje om met zelfvertrouwen en de kennis dat hij een thuisbasis heeft het leven te ontplooien. Velen staan niet stil bij de zwangerschap, de geboorte en de eerste babyjaren dat de manier van je baby ‘ontmoeten’ ook kan bijdragen tot een stevige basis. Ik draag niemand een kwaad hart toe als ze deze hechting (en later mogelijke parentificatie) niet bewust incorporeren in de opvoeding. Iedereen doet haar best.

Voorbereiding op je baby: zwangerschap, geboorte en ouderschap

Het is bewezen dat ook de band tussen moeder en kind al begint tijdens de zwangerschap. Je bent onlosmakelijk verbonden met je kindje en je gevoelens, angst, gedachten tijdens deze zwangerschap voelt je kindje aan. Gezond zwanger worden en voldoende beweging geven ineens een een gezonde basis mee voor je kindje. Je buik (laten) insmeren, een slaapliedje laten horen, communiceren door in de actieve periode lichtje te duwen op je buik, de partner laten praten tegen de buik… Het zijn allemaal voorbeelden hoe je de band met je ongeboren kind al kunt aanwakkeren.

De band tijdens de de zwangerschap van mijn kindje was in mijn ogen zeer nauw. Je bent 24/7 bij elkaar, je wordt met elkaar vertrouwd, je weet wanneer je baby wakker is en wanneer ze slaapt. Je stemt je zelfs al op elkaar af. Ik heb veel gebabbeld (en laten babbelen tegen de baby), ik heb haar liefdevol aangeraakt en ze communiceerde terug, ik zong tegen haar en probeerde zo gezond mogelijk te eten (ik werd gediagnosticeerd met zwangerschapsdiabetes).

De geboorte is zeker niet te onderschatten. Het is de eerste crisis die je baby meemaakt. Het is een vermoeiend moment, voor beiden. Zou het daarom niet fijn zijn dat je de geboorte al wat kunt voorbereiden en naar je hand zetten? Deze gemoedsrust geef je een natuurlijke kracht om dit cruciaal moment door te komen. Een vroedvrouw (wil je borstvoeding geven kan je best meteen ook bekijken of deze ook lactatiedeskundige is) kan je hierbij liefdevol helpen. Wees je er wel van bewust dat dit geboorteplan niet steeds kan worden gevolgd, afhankelijk van de actuele situatie tijdens de arbeid.

Ik had een geboorteplan gedownload van mijn ziekenhuis en ingevuld, maar toen wist ik nog niet over wat kon en niet kon en waarvoor je zelf mocht en kon ijveren. Ik vind het achteraf jammer bijvoorbeeld dat ik niet gevraagd heb om in een natuurlijke houding te bevallen dan achteroverliggen op een tafel/bed. Ik ging intuïtief meer naar voren leunen, maar die benen in die beugels gaf me echt een gevangen gevoel.

Volg de behoefte van je kind, wees responsief en luister naar de taal van je baby/kind

Hoe ‘ontmoet’ je je baby na de geboorte? Dat eerste contact is zo belangrijk! Daarom is het aangeraden om je kindje huidcontact te laten ervaren met de moeder. Is het om de reden van een keizersnede niet mogelijk kan dit zeker ook met de partner. Misschien weet je het niet maar er bestaat tegenwoordig ook de mogelijkheid van een gentle sectio waarbij ze zeker rekening houden met die eerste cruciale momenten met de moeder (huidcontact, borstvoeding…). Zorg steeds voor een goede communicatie met je vroedvrouw of gynaecoloog. Leg al je wensen uit en wees je ervan bewust dat niet alle gynaecologen al mee zijn met de nieuwe tendensen. Het is geen probleem om je keuze van een gynaecoloog te laten afhangen van je wensen. Wees wel steeds realistisch en de gezondheid van de baby en de moeder zal steeds prioritair zijn!

Dit huid op huid contact kan er bijvoorbeeld al voor zorgen dat je kindje op natuurlijke wijze zal aanhappen om die eerste colostrum te drinken aan de borst. Wist je dat een baby dit helemaal alleen kan doen, zonder hulp van jou of de vroedvrouw? De breastcrawl heet dit. Laat het maar over aan de natuur mama, met een vroedvrouw bij je zijde die meekijkt. Wil je geen borstvoeding geven? Dan is dat eerste colostrum super om aan je kindje mee te geven trouwens.

Ik ervoer dit eerste contact in een roes. Net na de bevalling ben je stik op en kan je enkel maar kijken naar je baby, de vingertjes, de teentjes (stiekem even tellen). Mijn baby was een wonder (net zoals alle andere baby’s) want ze dronk helemaal vanzelf en zonder aanwijzingen. Wat een wonderbaarlijk moment! Deze zuigreflex verleren ze snel en dan is het aanhappen soms even op elkaar afstemmen. Het ziekenhuis heeft me best ‘mishandeld’ door de baby in mijn borst te duwen en in mijn borst te knijpen. Maar ze zijn wel meegegaan in het geven van gekolfde moedermelk in een spuitje of maatbekertje i.p.v. onmiddellijk met de fles te proberen. Helaas gaven ze aan dat ik bijvoeding moest geven tot mijn melk op peil stond (kolven, kolven, kolven). Dit is echt slecht advies geweest want alles moest zich gewoon nog settelen. Een vroedvrouw met specialisatie lactatie die aan huis komt in die eerste dagen is onmisbaar. Mijn vroedvrouw was een engel. Ze gaf me de ruimte om dit zelf te doen en te vertrouwen op mijn baby (intuïtie en natuur is echt de rode lijn in dit hele verhaal). Met maar minieme aanwijzingen kon ik mijn exclusief borstvoedingsverhaal na 3 helse weken starten. Wat een zaligheid!

Daarna zijn jullie op elkaar aangewezen. Luister vooral goed naar het verhaal van je kindje. Wilt hij of zij je iets vertellen door te huilen dan is dit hun enige communicatiemiddel. Probeer stapsgewijs na te gaan wat er zou kunnen schelen. Bepaalde huiltjes kunnen je er al toe navigeren: honger, vuile pamper, krampjes of gewoon een huiluurtje. Als je ingaat op hun behoefte (vaak nabijheid) dan zal je hem of haar niet verwennen. Met liefde, aandacht en het inspelen op hun behoefte kan je nooit verwennen. Ze hebben 9 maanden in je buik gezeten en zijn zelfs nog niet volledig af (er zou nog een 4de trimester nodig zijn). Ze hebben je nodig.

1 tip: inbakeren kan je kindje een veilig gevoel geven en slaat ze zichzelf niet wakker, maar probeer dan zo in te bakeren dat ze je nog wel hongersignalen kunnen doorgeven. Een baby die je niet kan verzoeken om eten kan ervoor zorgen dat je zijn voedingsmomenten mist en je productie omlaag gaat of dat je kindje langer slaapt en hierbij zijn bloedsuikerspiegel te laag wordt.

Voed met liefde: borstvoeding of flesvoeding

Baby’s hebben een natuurlijk maaginhoud en zullen intuïtief aangeven dat ze honger hebben, in het begin om de 2u (moedermelk is verteerd na 1,5u). Als je borstvoeding geeft op verzoek is dit eveneens om je productie op peil te houden. Geef je flesvoeding (moedermelk of poedermelk) dan is het de kunst om dit in verhouding met de natuurlijke maaginhoud aan te bieden. De poedermelk fabrikanten geven een andere formule om aan je baby te geven maar dit is ver overdreven en zeker als je naar die natuurlijke maaginhoud kijkt. Kind & gezin gaat helaas nog te ver mee in deze overdreven formule in hun informatie.

Dit geeft als resultaat dat je kindje vaker honger zal hebben maar fysiek geeft dit ook een aantal voordelen: de bloedsuikerspiegel blijft gebalanceerd, je kindje slaapt niet te diep zodat het risico op wiegendood verlaagt, nabijheid bij een (primaire) opvoeder geeft eveneens een hechtingsband. De natuur heeft het mooi geregeld zo!

Waar ik veel aan had was een groeicurve bij houden. Als borstvoedende moeder kan je het best de WHO-curve aanmaken in zo’n app (ik had ‘baby care’). Zolang je baby haar eigen lijntje volgt of geleidelijk aan stijgt moeten er geen alarmbellen afgaan. Heb je pieken en dalen of het gaat geleidelijk aan omlaag dan kan je best de lactatiekundige om advies vragen waar het fout gaat en hoe je dit kan recht trekken zonder dat je meteen moet stoppen met borstvoeding of moet ressorteren tot bijvoeding. Natuurlijk is de gezondheid van de baby prioritair, maar de natuur proberen te volgen en je eigen intuïtie en die van de baby zal je zeker brengen naar oplossingen. Bovendien past de moedermelk zich aan aan elke leeftijdsfase, ziekte (baby of moeder) of weersomstandigheden. Je melk in je borsten is gewoon afgestemd specifiek voor jouw baby! Opnieuw: nature rocks!

Nachvoedingen zijn oh zo vermoeiend. Je was gewend ongestoord te slapen en nu vraagt er een klein mensje om de 2u om eten. Als je hieraan toegeeft (zowel met de borst als met de fles) dan zorg je voor een goede hersenontwikkeling, nabijheid en de stresslevels die niet de pan uit swingen (hoge cortisol levels zorgen voor het inschakelen van overlevingsmechanismen – reptielenbrein – waarbij uit de fight, flight, freeze instinct wordt gereageerd). Maar hoe kan je in godsnaam dit nachtfenomeen overleven? Denk vooral ‘het is tijdelijk’. Bijkomend zijn er een aantal tips die ervoor zorgen dat je jezelf niet vast zet hiermee.

Droomvoedingen is er zo eentje. Droomwatte? Ja droomvoedingen. Voedingen die worden genomen tijdens de slaap. Het makkelijkste kan dit als je veilig samen slaapt (bedsharen bijvoorbeeld) en je ‘open bar’ bent. Je borsten zijn toegankelijk en je slaapt in de maternale houding zodat je baby zelf kan aanhappen tijdens de slaap. Jijzelf wordt misschien even wakker, maar kan meteen verder slapen waarbij je misschien je baby aan de andere borst legt maar zo ook je baby (die beweegt ook zelf naar de andere borst).

Mijn klein meisje heeft tot 1,5 jaar om het uur om voeding gevraagd. Uitzonderlijk was dit om de 2u maar ik kwam gemakkelijk aan 24 voedingen per etmaal. Het was moordend. Intuïtief sliep ik in het ziekenhuis al samen. Ik kon het niet verdragen dat mijn kind huilend in die visbokaal moest liggen. Dit heb ik doorgezet thuis maar las ik me wel in hoe ik dit veilig moest doen. Die droomvoedingen hebben ons een beetje gered van slechte nachten. Akkoord je slaapt lichter, maar je kan wel blijven doorslapen met die droomvoedingen. Ze heeft 6 maanden ‘op’ mijn borst gelegen om te slapen wat eigenlijk niet veilig is maar anders wilde ze niet slapen of ze liet zich horen nadat ze na minuut 1 wakker zou worden. Je kan het vergelijken met biologisch voeden. Ik heb steeds de veiligheidsrichtlijnen gevolgd, enkel dit kon ik gewoon niet veranderen. Mijn meisje had lichaamscontact nodig en dit hielp enorm bij de droomvoedingen. Van week 3 (toen we ons borstvoedingsavontuur startte) dronk ze ook in haar slaap en bewoog zelf naar de borst die dan aan de beurt was. Gesproken van instinct! Dit doet ze trouwens nog steeds op haar 3,5 jaar.

Zorg voor een veilige slaap > fysiek en emotioneel: bedsharing of bedding near your child

Kind & gezin raadt aan om je kind de eerste 6 maanden dicht bij je te hebben slapen. In de kamer, bij de ouders. Op die manier voelt het kind de nabijheid (ademhalen, geur) en kan hij zich reguleren. Anderzijds kan de ouder sneller inspelen op de (drink)behoefte van het kind. Er zijn trouwens verschillende manieren van samen slapen.

  • Bed sharen: tot 2 jaar enkel aan te bevelen bij borstvoedende moeders
  • Co-sleeping met een bedje tegen het ouderlijk bed
  • Rooming-in: een apart bedje op de kamer van de ouders

Kind & gezin echter heeft nog niet alle aspecten van samen slapen onder de knie. De veilige aspecten betreffend het samen slapen (tot 2 jaar) werden onderzocht door professor McKenna. De volgende Nederlandse website https://samenslapen.nl/ geeft een volledig beeld over de richtlijnen van McKenna. Het was mijn bijbel, maar zoals ik al eerder vernoemde. Ik kon niet alles volgen (ze sliep op mijn borst de eerste 6 maanden) maar hieronder de belangrijkste veiligheidstips op een rij

  • geen losse dingen (beddengoed, textiel, knuffels,…) in bed met 2 belangrijke begrippen ‘rebreathing’ en ‘warmtestuwing’
  • rook niet, drink niet en neem geen zware medicijnen die je slaperig maken
  • borstvoeding helpt bij het samen slapen door afstemming op elkaar (hartslag, ademhaling, drinkbehoefte volgen,…)
  • leg je baby aan de kant van de (borstvoedende) moeder vanwege die afstemming

Ten slotte wil ik het belang aanstippen van het niet te slapen leggen in babynestjes zonder toezicht (in de nacht). Als je overdag voldoende toezicht kan houden dan zou dit babynestje een geborgen slaapplaats kunnen zijn, maar zo’n nestje kan ook een aantal risico’s inhouden.

Ik slaap al sinds dag 1 samen met mijn meisje. Ik zorgde intuïtief dat het bed vrij was van zaken die haar ademhaling kon belemmeren, enkel had ik een dekbed die eerste weken. Eens ik me inlas in de veiligheidsrichtlijnen heb ik me proberen te beroepen op deze voorschriften. Ik gebruikte een slaapzakje (met afritsbare pijpjes) zodat ze niet onder een deken moest liggen en zorgde dat ze niet langs mijn man lag. Ik heb steeds open bar geslapen en dit zorgde er ook voor dat ik het vaker voeden in stand hield. Maar het voeden op zich is niet enkel biologisch noodzakelijk maar evenzeer is het een vorm van geborgenheid, troost en ontprikkeling van de dag. Het vormt hierdoor ook een hechte band met de moeder. Als ze zich erkend voelen (behoeftevolgend) zullen ze opgroeien tot zelfzekere mensjes die durven exploreren met de kennis dat die thuisbasis er is waar ze voor troost en zorg terecht kunnen. Nabijheid in de vorm van samen slapen is hiervoor een stevige basis.

Gebruik je nabijheid en zorgende aanraking: dragen

Ik heb hierboven al aangegeven dat baby’s enkel de taal van huilen hebben. Als je alle fysieke noden hebt onderzocht en verzorgd en je kindje is nog steeds huilerig dan kan het goed zijn dat hij of zij prikkels aan het verwerken. Een huiluurtje of nabij willen zijn is ook zeer natuurlijk en normaal voor baby’s. Maar hoe kan je dat nu doen als je nog zoveel in het huishouden moet doen of je moet even naar de winkel gaan…

Dragen! Nee niet op je arm. Maar heerlijk in een draagdoek of een ergonomische draagzak. Er zijn zoveel voordelen van het praktische dragen:

  • lichaamscontact waarbij oxytocine vrijkomt en de hechting en hersenontwikkeling bevordert
  • mogelijkheid tot borstvoeden in de draagdoek/zak
  • huishoudelijk werk verrichten: handenvrij maar met je baby
  • teruggeven van melk of reflux wordt erdoor verminderd
  • eenvoudig winkelen met of vervoeren van de baby dicht bij je en je handen vrij
  • je kindje ziet veel meer dan in een buggy of kinderwagen en kan meer communiceren met de buitenwereld, maar dicht bij de primaire opvoeder

Het zit ook gewoon in ons instinct om te dragen want wij zijn zoogdieren. We behoren niet tot de vluchters en verstoppers, maar tot de dragers zoals kangoeroes, apen etc…

Hoe jij het best kan dragen en wat voor jou werkt kan je best eens bevragen bij een draagconsulent bij je in de buurt. Ik heb bijvoorbeeld nooit overweg gekund met het knopen van een draagzak. Wanneer mijn kindje zwaar genoeg was koos ik ervoor om de ergonomische draagzak (ergobaby 360) te gebruiken. Tot ik een draagzak had liep ik vaak rond met haar op of in mijn armen. Mijn man wisselde dan af met mij. Zeker zo op de onderarm bij de frequente krampjes in het begin toen ik nog bijvoeding gaf (tot 3 weken en ik dan exclusief borstvoeding kon geven). Die draagzak heeft veel dienst gedaan toen ze moeilijk in slaap kon geraken (fases he…) of toen ze overprikkeld was in een bepaalde ontwikkelingsfase. Maar evenzeer ook al wandelend in de buurt of bij een activiteit.

Dit zijn de belangrijkste bouwstenen die te maken hebben met die primaire hechting. Natuurlijk zijn er nog resterende bouwstenen zoals positief opvoeden, gebalanceerd leven maar die bewaar ik voor de volgende blogposts als het kind al verder is gevorderd in zijn communicatietaal. Ik wil nog wel even nog mijn ervaring kwijt, terugkijken op de 3,5 jaar. Hoe hebben deze bouwstenen nu wel of niet bijgedragen aan mijn de band en zelfstandigheid van mijn huidige kleuter.

Mijn praktijk

Het was onnoemelijk zwaar. Ik ontken niet dat de keuze tot borstvoeding, samen slapen, dragen en behoefte volgend opvoeden me om veel inspanning heeft gevraagd. Ik was dit uit mijn eigen opvoeding niet gewoon dus was alles wat ik deed ook puur uit mijn instinctmatig gevoel. Maar ik moest diep graven en mezelf soms even inlezen: waarom voel ik me zo slecht bij zo’n advies van een collega of waarom voelde ik met net zo goed bij het volgen van mijn eigen intuïtie dan die van de maatschappelijke tendensen? Om de 3 maanden had ik wel eens een kleine meltdown. Maar ik raapte mezelf weer bijeen en ik bleef teren op die hechting. Ik wil mijn kleine meid geven wat ik had gemist.

Ik kan nu met zekerheid zeggen dat ik nooit iets heb geforceerd bij haar. Ik heb haar telkens gevolgd en wanneer ze zelf klaar was voor een volgende stap in haar losmakingsproces dan liet ik haar die ruimte. Zo bleef ze uurlijks vragen om nachtvoedingen tot haar 1,5 jaar. Sinds deze leeftijd kwamen er blokken van 2u tot 4u. Pas op haar 2,5 jaar kwam er die eerste blok van 4u à 5u. Natuurlijk sterk afhangende van de prikkels die ze die dag had ervaren, snotjes/protjes of krampjes. Droomvoedingen zijn tot op heden nog steeds haar go to als ze moeite heeft in haar slaap (nachtmerrie, prikkels, snotjes,…) maar deze week heeft ze 3 keer 8u aan een stuk geslapen. Dit allemaal volledig uit haarzelf.

Aan zelfstandigheid ook geen gebrek. Ze is super ondernemend. We hebben haar steeds zacht proberen te laten overgaan naar een nieuwe situatie (opvang, school, hobby’s,…) samen in eerste instantie en dan geleidelijk aan op haarzelf. Ze begrijpt dat we haar komen halen en dat we ze veilig achterlaten. We kozen voor de freinet school omdat ze er echt kindgericht zijn en niet enkel naar de kennis en praktische vaardigheden kijken, maar eveneens ook de sociale/emotionele vaardigheden. Ik merk dat ze enorm goed opgevangen wordt op school en dat bij moeilijke momenten ze een netwerk van kinderen heeft (ook die van de lagere school) rond haar die haar troosten.

Taalkundig was ze erg snel. Rond 2 jaar begreep ze alles wat we zeiden of vroegen. Maar ik benoemde ook alles van dag 1 wat ik deed en wat ik zag. Ik communiceerde met haar op een volwassen manier, maar uiteraard op haar niveau afgestemd. Ze praatte ook snel en pikte enorm snel op wat de synoniemen waren en zo breidde ze haar woordenschat heel snel uit. Het kan aan haar IQ liggen (haar papa is ook intelligent), maar eveneens denk ik ook aan die hersenontwikkeling die heel bevorderlijk is gelopen. Weinig hoge cortisol levels door borstvoeding, samen te slapen, te dragen en snel in te spelen op haar behoeften.

Sinds 1,5 jaar overloop ik ’s avonds voor het slapen ook de dag met haar en de dag die zal volgen. Dit kalmeerde haar en zorgde voor een natuurlijke en automatische aanhap om in slaap te vallen. Dit ritueel heb ik uitgebreid tegenwoordig met een denkbeeldige verdrietballon. Ze mag zelf de kleur kiezen, zelf de verdrietige gevoelens benoemen en erin stoppen, ik knoop hem toe en zij laat hem los wanneer ze er klaar voor is. Niet enkel geef ik haar een rust over de voorbije dag, maar ook de voorspelbaarheid over wat er morgen staat te gebeuren. Ze mag haar emoties uiten en ik wuif geen enkele expressie weg. Wat ze voelt voelt ze, hoe futiel die ook voor ons volwassenen lijken.

Met het laatste kom ik op de aankondiging van de volgende blogpost. Die zal gaan over geweldloze communicatie, onvoorwaardelijk ouderschap (bv. niet straffen of belonen), erkenning en co-reguleren, voldoende autonomie geven en de behoeften te gaan onderscheiden van de wensvorm waarin deze geuit wordt.

Ik hoop dat je iets gehad hebt aan mijn ervaringen versus de ‘theorie’ over natuurlijk/bewust/mild ouderschap (cfr. Nina Mouton). Ik blijf bij mijn standpunt. Om die roulerende rekening (die je meekreeg uit je historiek) te kunnen doorbreken kan dit soort ouderschap een uitweg bieden. Zolang je je bewust blijft van je eigen valkuilen en de spiegelneuronen van je kind. Want je kind spiegelt je eigen onzekerheden en delen in je die je nog niet hebt aangepakt door net op deze buttons te drukken. Als je iets wil aanpakken dan kan je best eerst bij jezelf naar binnen kijken. Wat is er nog niet verwerkt? Reageer niet vanuit je eigen gekwetste kind. Koppel je kind als persoon ook los van het gedrag van het kind. Wat ze doet is misschien lastig, maar je kind zelf is niet lastig. Dat speelt enorm verschil in hoe een kind zich voelt en waardoor het kind onrechtvaardigheid of zelfs schuldgevoel voelt.

Het is vooral de taal van huilen die me aangezet heeft tot het bouwen aan deze hechting. Mijn baby maakte me iets duidelijk en ik volgde haar gewoon.

Zorg goed voor jezelf en tot snel!

#3.1. De essentie van AP*: de bouwstenen

* AP: attachment parenting ofwel bewust/natuurlijk ouderschap

Ik wil eerst even stilstaan bij ouderschap in het algemeen. Ik wil in deze of de volgende blogposts geen enkele opvoedvisie in hokjes plaatsen. Allerminst wil ik er een label op plakken van goed of slecht. Mijn bedoeling is om jullie mee te nemen in mijn zoektocht en de vondst waardoor ik mijn roulerende rekening kon doorbreken en mijn kind de rekening niet zal presenteren van mijn (adoptie/biologische) ouders.

Ik ben er ook van overtuigd dat ik er nog niet helemaal ben. Ik voel nog steeds aarzeling, projectie en reflexmatige reactieve emoties. Toch is dit inzicht in mijn gedachte- & actiepatroon al beter dan gewoon mijn kind onbewust de rekening te presenteren.

De 8 bouwstenen van natuurlijk ouderschap kan je in de afbeelding hierboven al lezen. Ik vertaal ze even hieronder en zet er een B-woord achter (cfr. bouwstenen).

  1. Je zwangerschap, bevalling en ouderschap voorbereiden : birthbonding
  2. Voed met liefde en respect: breastfeeding or bottle nursing
  3. Volg de behoefte van je kind, wees responsief en luister naar de taal van je baby/kind : babylanguage & needs
  4. Gebruik je nabijheid en zorgende aanraking: baby wearing
  5. Zorg voor een veilige slaap > fysiek en emotioneel: bedsharing of bedding near your child
  6. Voorzie in een continue liefdevolle zorg: bonding with prime caregiver
  7. Oefen je ouderschap positief uit: bevorderlijk opvoeden
  8. Streef naar een balans tussen je persoonlijke en familiale leven: balance your own life

Schrik alstublieft niet van deze lijst en bewoordingen. Het is eigenlijk best simpel. Zoals ik het in de vorige blogpost al vertelde: opvoeden met verbinding. Kernwoorden die hierbij horen zijn vooral nabijheid, erkenning, veiligheid, responsief, communicatief, respect en met voldoende autonomie.

De bouwstenen kunnen helpen om de hechting met je kind te bevorderen. Dit wil allerminst zeggen dat als je dit niet (allemaal) doet dat je geen goede hechting zou hebben met je kindje. Er zijn ouders die intuïtief 1 of 2 bouwstenen gebruiken en er zijn er die ze alle 8 in hun opvoeding brengen en soms zelfs nog een stapje verder gaan met ecologisch verantwoorde producten, zelfvoorzienend zijn, vegatarisme/veganisme…

Het gaat er zeker niet om wat je doet van deze bouwstenen en tot welke mate. De hoofdzaak hier is dat je vooral oog blijft houden voor de (onderliggende) behoeften, de taal van je kind en ervan bewust zijn hoe de systemen zich in een gezin verhouden.

De tweede blogpost zal gaan over de babyjaren en de bouwstenen die hierbij kunnen worden gebruikt. Met de nadruk op ‘kunnen’. Niks is verplicht. Je moet je er goed bij voelen, je moet het kunnen aanvoelen bij jezelf en je kindje (intuïtie) en het moet haalbaar zijn en blijven. Ik zal de nodige referenties, linken en boekvoorstellen doen om je verder in te lezen als je er interesse toe hebt.

De derde blogpost zal gaan over de jaren waarin de taal zich ontwikkelt en waarbij je met je kindje kunt communiceren en je kindje jouw gedrag en taal ook kan gaan interpreteren. Ook hier zal ik de nodige referenties, linken en boekvoorstellen doen zodat je je hier verder in kunt inlezen als je er interesse toe hebt.

De laatste blogpost gaat over de misverstanden met betrekking tot het thema natuurlijk ouderschap en hoe je sterk in je schoenen kunt staan t.o.v. de maatschappelijke verwachtingen en mainstream visies.

Tot dan: zorg goed voor jezelf!

#3 AP: Opvoeden met verbinding

Ik heb in mijn vorige blogpost ‘hoe doorbreek ik de roulerende rekening‘ mijn keuze voor mijn opvoedingsstijl al eens aangestipt: natuurlijk/bewust ouderschap (AP in de verdere blogposts).

Het kiezen voor de ene of andere opvoedvisie maakt je niet beter of slechter als moeder. Ik hoop en ga er zelfs altijd vanuit dat de meerderheid van mama’s het beste willen voor hun kinderen: ongeacht welke opvoedvisie je hebt. Ik wil je dus niet overtuigen en mijn opvoedvisie aan je opdringen. Ik wil je enkel mee laten ervaren hoe ik binnen mijn specifieke leefwereld hierin een thuis vond.

Zo’n roulerende rekening kan er insluipen of je er nu bewust van bent of niet. Het blijft een risico dat je eigen ervaringen de outcome van je kind(eren) kunnen beïnvloeden.

Ik heb niet bewust (#punintended) gekozen voor AP. Ik ben er gewoon ingerold vanaf de eerste momenten met mijn kindje. Intuïtie nam het van me over en de taal van het huilen gaf me richting. Pas na me in te lezen over bepaalde van mijn intuïtieve gedachten navigeerde dit me naar attachment parenting (AP) of natuurlijk/bewust ouderschap.

In het kort is dit vooral verbindend opvoeden, dicht bij de natuur. Het geeft veel voordelen en zeker als je alle achtergrondinformatie van hechting en parentificatie kent (mijn blog startte met deze thema’s als je er nog niet geraakt zou zijn).

Hoe verdeel ik mijn deelthema’s met betrekking tot AP:

  • #3.1. De essentie van AP: de bouwstenen
  • #3.2. AP versus veilige hechting
  • #3.3. AP versus constructieve parentificatie
  • #3.4. Misverstanden over AP

Ik gebruik trouwens de bouwstenen van AP één voor één om voor mezelf de verloren hechting terug te vinden. Het was en is soms confronterend om getuige te zijn van hetgeen ik heb moeten missen maar het drijft me nog meer naar een gepaste, evenwichtige en responsieve manier van opvoeden omdat ik zie wat voor positief effect het heeft op mijn dochtertje.

Wie zich al wil inlezen over mijn hoofdthema kan surfen naar mamaditi. Eén van de websites die mijn literatuur bron zal zijn voor de volgende blogposts.

Binnenkort word je getrakteerd op mijn eigen eerste deelthema en tot dan ‘zorg goed voor jezelf!’

#2.4. Hoe doorbreek ik de roulerende rekening

Hoe maak je jezelf los van de familiesystemen die ongetwijfeld in elke familie voorkomen, maar niet steeds zo destructief zijn. Eerst zullen we kijken hoe deze rekeningen tot stand komen.

Achtergrondinformatie

Wat mensen aan leed in hun leven hebben meegemaakt, willen ze hun eigen kinderen besparen. Maar in de praktijk gebeurt het nogal eens dat het kroost toch (ongewild) het kind van de rekening wordt.

Soms verwachten ouders van hun kinderen de erkenning die ze van hun eigen ouders niet hebben gekregen. Deze kinderen moeten dus eigenlijk de tekorten van hun grootouders goedmaken: de roulerende rekening.
Kinderen spreken hun emotionele spaarrekening aan om de nood te lenigen van hun ouders en investeren zo hun spaargeld. Het probleem ontstaat vaak als deze kinderen zelf ouder worden. Dan moet er geput worden uit een bron die opgedroogd is. De energie is op! Onbewust verhalen ze hun tekorten uit het verleden op hun partner of eigen kinderen in het heden.

Hoe kun je zien of je kinderen ongepaste zorg aan jou geven? Door opmerkingen als: “Ik heb het maar niet tegen je gezegd, want daar word je zo verdrietig van. Of als kinderen zich rustig houden omdat hun broertje al zo moeilijk doet.
Het belangrijkste in de opvoeding is dat we het gevende kind zichtbaar maken. Je kunt niet vaak genoeg zeggen: “Ik ben trots op je, want je bent mijn dochter (of zoon)!”

Er is onderzoek geweest naar de overdracht tussen generaties van de hechtingsstijl. Er blijkt een hoge mate van overeenkomsten tussen de hechtingsstijl van ouders en de wisselwerking tussen een eenjarige peuter en de ouder. Als de ouders veilig gehecht zijn, is de kans groot dat het kind dit ook is. Afhankelijk van het gedrag van de ouder kan het kind vermijdend of tegenstrijdig gehecht worden.

Negatieve ervaringen in het gezin waarin men is opgegroeid hebben effect op latere relaties. Zo zijn mensen die in hun jeugd verwaarloosd zijn, of van wie het vertrouwen in de ouders is beschaamd, als volwassenen geneigd op hun beurt zelf anderen weer tot slachtoffer te maken. Wie zelf vroeger in de relatie met de ouders niet de zorg heeft ontvangen waar een kind recht op heeft, houdt op latere leeftijd in relaties vaak geen rekening met de behoeften en belangen van de ander (Nagy). Deze mechanismen (‘roulerende rekeningen’) worden van generatie op generatie overgegeven en verschillen per gezin en per familielijn. Het is mij gelukt om deze ‘roulerende rekeningen’ te doorbreken.

De mechanismen worden van generatie op generatie doorgegeven, waardoor vroegere problemen in de relatie met de ouders (dit zijn dan verticale relaties) ook een negatieve invloed kunnen hebben op de relatie met de partner en vrienden (horizontale relaties). Deze roulerende rekeningen kunnen vele verschijningsvormen aannemen, variërend van onverschilligheid in relaties, fysieke mishandeling en seksueel misbruik tot verslaving en psychopathologische stoornissen.

Een voorbeeld is de man die zijn kinderen slaat en zich daar niet erg schuldig over voelt omdat hij vroeger zelf door zijn vader is verwaarloosd en geslagen. Het ontbreken van schuldgevoelens is dan een gevolg van onzichtbare loyaliteit van de man naar diens slaande vader. Als de man namelijk zijn eigen kinderen anders zou behandelen, kan hij niet uitleggen waarom zijn vader hém wél sloeg. Als de man zijn kind slaat, rechtvaardigt hij hiermee dat hijzelf door zijn eigen vader is geslagen. Zo gaat dat van generatie op generatie door.

Een ander voorbeeld is als mensen zelf in hun jeugd te weinig zorg van hun ouders hebben gekregen en het gemiste alsnog proberen te krijgen van hun partner of kind. Zij dwingen hun kind bijvoorbeeld steeds in een zorgende rol. Het kind moet de ouder steeds emotionele steun bieden, terwijl het zelf weinig steun krijgt. De ouder en het kind hebben als het ware van rol gewisseld: het kind wordt gedwongen de ‘ouder’ van de ouder te zijn. Een voorbeeld is als een ouder het kind in bed neemt omdat de óuder eenzaam is. Of als het kind huishoudelijke taken verricht of de zorg op zich neemt voor een jonger broertje of zusje.

Ook het omgekeerde kan voorkomen: als een kind bang is de loyaliteit van de ouder kwijt te raken, kan het disproportioneel please- en zorggedrag ontwikkelen. Dit kan vervolgens later een rol spelen in de relatie(s), waarbij een grote kans bestaat dat er sprake zal zijn van een ongelijkwaardige en onevenwichtige relatie.

Praktijkvoorbeelden van klanten van deze van generatie op generatie overgaande roulerende rekeningen zijn onder andere machtsconflicten, onzekerheid, negatief zelfbeeld, stotteren, bedplassen in jeugd, nagelbijten, zich laten uitspelen, afhankelijkheid van keuzes van ouders in opleiding en/of beroep, paradoxale boodschappen, emotionele claims, impulsiviteit, aardig gevonden worden en pleasegedrag, angst voor afwijzing en verwijten, controlebehoefte, doelloosheid, vluchtgedrag, je geluk van anderen laten afhangen, diepe gevoelens van eenzaamheid, gevoelens van angst of paniek, veel tijd stoppen in het redden/helpen/verzorgen van anderen, jaloezie, niet goed genoeg zijn en het nooit goed kunnen doen, moeite hebben met keuzes maken en met beslissingen nemen, vermoeidheid of futloosheid, alles willen beredeneren, verlatingsangst, faalangst, gevoelens van schuld en/of schaamte, veel twijfelen, veroordelend naar zichzelf zijn, het gevoel hebben verwachtingen niet waar te kunnen maken, de hele ziel en zaligheid in een relatie leggen, ongelijkwaardige en onevenwichtige relaties.

Kortom: een (on)veilige hechting wordt doorgegeven aan de volgende generatie. De mechanismen worden, onbewust en onbedoeld en voor de ‘ontvanger’ onzichtbaar, doorgegeven. Ze beïnvloeden de latere partnerkeuze en kunnen instabiliteit veroorzaken in de relaties en contacten in privé en werk.

Drie grote veroorzakers van angst in de jeugd zijn volgens mij: angst voor controleverlies, angst voor afwijzing en angst om in de steek gelaten te worden

Bronliteratuur

Mijn praktijk

Mijn losmakingsproces begon op mijn 25ste jaar. Ik weet het nog alsof het gisteren was. Mijn moeder kwam op mijn 25ste verjaardag af met een stapeltje papieren. Allemaal rekeninguittreksels van de bank. “Ik geef deze nu aan jou want je bent nu oud genoeg om zelf je geldzaken te behartigen”. Mijn mond viel figuurlijk open. Ik heb nooit mijn geld uit ramen en deuren gesmeten en heb ook nooit andere deviant gedrag gesteld (drugs, alcohol, …).

Nu verdiende ik op deze leeftijd gratie van mijn moeder en onbewust voor haar voelde ik me best verraden. Ze heeft dus al die tijd mijn uitgaven gezien. Net zoals een voyeur.

Het zou mooi moeten zijn geweest haar goedkeuring om op beide benen mogen te staan. Ik voelde me echter misselijk. Bovendien bleef ze me toch nog schuldgevoelens aanpraten en me liefde en steun onttrekken als ik me niet in het gareel hield.

Het boek van Manuel J. Smith met de titel ‘als ik nee zeg, voel ik me schuldig’ las ik op het hoogtepunt van dit narcistisch verwachtingspatroon van mijn moeder. Het gaf me openbaring. Ik heb niet verder moeten lezen dan deze zinnen ‘jij maakt de keuzes in je leven en jij zult de vruchten ervan plukken of de consequenties ervan dragen’. Mijn knop werd omgedraaid en mijn rebellie begon.

Het waren helse perioden. Dit was werkelijk een piekmoment van open beschuldigingen en verwijten en niet in het minste emotionele chantage door angstaanvallen en uitgesproken zelfmoordgedachten. Door mijn herwonnen identiteit (wat ervan overbleef alleszins) voelde ik me krachtig genoeg om voet bij stuk te houden.

Ik was koud, berekend, ging over lijken, leek me niks meer aan te trekken hoe mijn moeder er zich bij voelde. Papa heeft nooit echt geparticipeerd in die emotionele chantage en was de stille kracht in het gezin maar nu ging hij onbewogen achter mijn mama staan want ik was ondankbaar en onhandelbaar.

Enfin die mentale losmaking ging gepaard met een fysieke verhuis toen ik ging samenwonen met mijn huidige partner (duidelijk niet naar de zin van mijn ouders). Er kwam een soort rust over me heen om niet te moeten vertoeven in een gouden kooi.

De problemen begonnen wel naar de oppervlakte te komen in mijn huidige relatie met mijn triggers die ik mee had verhuisd. Eveneens had/heeft mijn man zijn eigen triggers en eigenschappen die het mij/ons niet makkelijk maakten.

Ik ben een doorzetter en geef niet snel op en bleef vechten voor deze relatie. Onbewust voelde ik misschien ook dat de talenten van mijn man mij kunnen helpen in mijn schaduwzijden en andersom. We vulden elkaar aan en deden elkaar groeien als mens.

Maar de triggers bleven dagelijkse kost. Wanneer ik eindelijk werk ging maken om die triggers aan te pakken was de geboorte van ons dochtertje.

Ik wilde haar allerminst belasten met mijn rekeningen en niet het slachtoffer laten worden van onevenwichtige, non-responsieve zorg. Ik wist niet hoe ik mama ging zijn maar wel hoe ik zeker niet zou zijn.

Van dag 1 na de geboorte liet ik mijn mama zijn over aan intuïtie en de natuur. Ik gaf borstvoeding, ik sliep veilig samen, ik droeg mijn kind in een draagzak, ik praatte er tegen en stelde haar steeds woordelijk gerust. Ik voedde haar behoeftevolgend op zodat ze zich steeds erkent en gezien zou voelen. Deze opvoedingsstijl is niet grenzenloos zoals vele denken maar we zetten vooral in op kalmte, erkenning, geweldloze communicatie en onderscheiding tussen behoefte en wens. (Attachment parenting: hierover wijd ik een volgend hoofdthema)

Ik merk dat mijn meisje mooi op haar tempo en volgens de natuurwetten zichzelf aan het losmaken is van de nauwe hechtingsband om te exploreren en te ondernemen met kennis van een veilige haven om zorg te ontvangen wanneer dit nodig is.

Ik heb gebroken met de roulerende rekening en hoewel ik me soms toch nog betrap op de destructieve manier herken ik de signalen heel snel om dit om te draaien. Perfectie als ouder bestaat niet en dat mag het kind ook zien zolang het gekaderd en gecommuniceerd wordt met een ‘sorry mama was wat moe en ik had niet zo ongeduldig moeten zijn’

Ik bijt wel eens op mijn tong of maan mijn man aan om bepaalde uitspraken niet te doen aangezien ze lijken op die van een ouder uit een roulerende rekening.

Maar ik ben blij dat ik de signalen herken en ik doe dit niet alleen. Ik ga nog steeds naar een psycholoog die gespecialiseerd is in hechtingsproblematiek. Ze heeft me al veel systemen en rollen doen inzien waarbij ik inzicht kreeg in scheef gelopen systemen.

Enkele maanden geleden zat ik bijna in scheiding vanwege alle gevolgen van die onveilige hechting, parentificatie versus zijn eigenschappen. De psycholoog heeft ons zo goed bijgestaan en ons ruimte gelaten voor vergeving en een schone lei. Ook hier doorbreek ik de roulerende rekening.

Het is nog steeds niet gemakkelijk en ik heb het heel zwaar momenteel maar ik ga er komen. Ik vertrouw voor het eerst in mezelf en in wie ik ben.

Hierbij sluit ik het hoofdthema ‘parentificatie’ af en hoop dat het je veel inzichten heeft gebracht. Heb je nog vragen of wil je gewoon even babbelen: mijn digitale deur staat open.

Zorg goed voor jezelf en tot snel!

#2.3 Hoe werd ik geparentificeerd: enkele stromingen

Achtergrondinformatie

Vandaag gaat het over de soorten ongepaste zorg en de gevolgen die het kind kan ervaren als deze ongepaste zorg te onevenwichtig is en een lange tijd aanhoudt.

Mijn bron deze keer is een coach die ‘parentificatie’ enorm helder krijgt uitgelegd: https://www.coach-therapie.nl/parentificatie en http://www.aan-de-basis.nl/

Er worden binnen het parentificatieproces 2 hoofdrichtingen onderscheiden.

1: Het kind voldoet aan de zorgbehoeften van de ouders

2: Het kind voldoet aan de narcistische gedragsverwachtingen van de ouders.

Hoofdrichting 1:

Het zorgende kind

Zorgende kinderen nemen huishoudelijke taken op zich, zorgen voor broertjes en zusjes, zijn vaak de (enige) gesprekspartner voor de ouder. Het zijn de lievelingetjes thuis en op school. Ze zijn aardig, meegaand en behulpzaam.

Het kind dat kind moet blijven

Indien kinderen aanvoelen dat ouders moeite hebben met de overgang van thuis wonen naar het verlaten van het ouderlijk huis, dragen ze zorg voor de ouders door niet volwassen te worden. Op deze manier blijven zij klein en kunnen ouders hun ouderrol blijven vervullen.

Hoofdrichting 2:

De zondebok

Deze rol ontstaat in een gezin waar spanningen heersen, meestal tussen ouders. Het kind heeft als doel om het gezin bij elkaar te houden, door bijvoorbeeld lastig te zijn. De aandacht wordt van de relationele spanningen tussen ouders verlegd naar het negatieve gedrag van het kind. Vaak wordt dit gedrag van het kind niet gezien als een vorm van geven aan de ouders. Sterker nog; het kind krijgt heel vaak de schuld.

Het brave kind

Deze vorm wordt ook wel het perfecte kind genoemd. Deze kinderen hebben voelsprieten gekregen voor de verwachtingen van de ouders. Ze gedragen zich in de buitenwereld op een manier zoals de ouders willen dat zij zich zouden moeten gedragen. Ouders zijn vaak trots op deze kinderen en uiten hun waardering in eerste instantie meer voor wat deze kinderen ‘presteren’ en minder voor wie ze ‘zijn’.

Zeven vormen van ongepaste zorg

1. Het kind dat kind moet blijven
Ouders willen hun kind klein houden. Ze vinden het moeilijk om het los te laten, soms uit angst hun zorgfunctie te verliezen. Vaak gaat het om de nakomer, het enige kind of de laatste in rij.

2. Het kind als ouder
Het kind gaat zich ouder gedragen, als een volwassene, omdat de ouders daar onbewust om vragen. Het kind is ‘een gelijke’. De dochter is bijvoorbeeld ‘de vriendin’ van haar moeder.

3. Het kind als partner
De emoties die je met je partner zou delen, deel je met je kind, bijvoorbeeld na een echtscheiding of overlijden. De partner-parentificatie is in onze samenleving in een hoog tempo aan het toenemen. Veel, heel veel kinderen worden de dupe van het verdriet, de angst of de woede van een of van beide ouders of van de machtsstrijd tussen de ouders.

4. Het kind dat zorgt
Sommige ouders zijn niet in staat om voor hun kinderen te zorgen, bijvoorbeeld omdat ze ziek zijn, het druk hebben of de zorg niet aankunnen. Meestal neemt het oudste meisje dan de zorg op zich voor de andere kinderen.

5. Het brave kind
Zij probeert haar ouders te helpen door te vermijden dat er door haar problemen komen. Zij gaat in alles mee. Zij wil perfect zijn.

6. De zondebok
Er is veel spanning tussen de ouders en zij leidt de spanning tussen de ouders af naar haarzelf. Zij fungeert als bliksem-afleider door zelf lastig te zijn.

7. Het kind als ouder van de ouder
Ook op latere leeftijd kan dit voorkomen, bijvoorbeeld als de moeder dement is.

Parentificatie herkennen bij een kind

Hoe kun je parentificatie herkennen? Als je weet waar je op moet letten, zou je als ouder maar ook als andere naaste parentificatie bij de betrokken kinderen kunnen herkennen. Als je het herkent, heb je ook de mogelijkheid om er iets aan te doen. Dan kun je het kind weer vrij maken van de ouderrol.

  • Het kind doet ongelooflijk zijn best op school en thuis. Het wil het heel goed doen. Past zich volledig aan de situatie aan en doet niet moeilijk. Signalen van faalangst kunnen zichtbaar zijn.
  • Het kind maakt zich grote zorgen over hoe het met de ouder gaat.
  • De ouder overlegt met het kind over kwesties die niet bij de leeftijd van het kind horen. Het lijkt alsof het kind een gelijke sparringpartner is. (partnerparentificatie)
  • Het kind is geneigd om niet bij andere kinderen te spelen of kinderen mee naar huis te nemen om te spelen. Daarmee willen ze de ouders ontlasten, of juist tijd vrijmaken om voor de ouder te kunnen zorgen.
  • De ouders zitten in een spanningsvolle situatie en het kind gedraagt zich juist tegendraads. (zondebok)

En dan ben je volwassen
De gevolgen op langere termijn zijn zo verschillend als kinderen zelf zijn. Het karakter bepaalt de richting van het probleem. Toch kun je, als je enkele vormen van kinderzorg onder de loep neemt, bepaalde gevolgen herkennen én herleiden.

Het kind dat zorgde heeft veel moeite om de eigen noden en behoeften te kennen en onder woorden te brengen. Zo’n persoon vindt dat hij of zij (meestal zij) altijd sterk moet zijn. Ze gééft altijd, of beschuldigt zichzelf ervan dat ze niet genoeg geeft. Tegelijk kan ze een negatief beeld van de wereld hebben: “iedereen wil van mij profiteren”. Ze heeft het vertrouwen verloren dat er iemand is die háár iets zou willen geven. Ze geeft anderen dan ook nauwelijks een kans om iets terug te geven. Uiteindelijk raakt ze depressief en uitgeput.

Het kind dat braaf was, heeft nogal eens het idee dat hij of zij (ook hier: meestal zij) gewaardeerd wordt om wat ze presteert en niet om wie ze is. Ze heeft de neiging om anderen ook zo te beoordelen. Ze schermt zich emotioneel af, houdt alle gevoelens onder controle, liegt, of vermijdt conflicten. Dat gedrag heeft ze in haar jeugd geleerd om aan de ouderlijke verwachtingen te kunnen voldoen. Van Mulligen: “Een vrouw werkt zich te pletter, want zij voelt zich pas lekker als ze voldoet aan wat van haar verwacht wordt. Maar uiteindelijk wordt ze overspannen.”

De zondebok kreeg telkens verwijten naar zijn of haar hoofd geslingerd. Voor haar emotionele behoeften was geen plaats. De gevolgen laten zich raden: een wantrouwen ten opzichte van anderen: “Ik heb het toch altijd gedaan”, gevoelens van minderwaardigheid en moeite om in een groep te werken. Ze heeft het gevoel dat ze het niet waard is bemind te worden, behalve als ze zich aanpast, en dat weigert ze. Ze leeft vanuit de houding: “Ik heb niemand nodig, ik zorg wel voor mezelf”. Ze komt over-assertief over en houdt anderen daarmee op een afstand; niemand vermoedt dat ze zélf wel eens iets nodig kan hebben.

Het kind dat kind heeft moeten blijven, heeft haar autonomie uitgesteld en blijft afhankelijk van de ouders. Dit kan zelfs doorgaan als ze getrouwd is. Ze is in de eerste plaats niet de echtgenote, maar de dochter van haar ouders. Ze kan moeilijk omgaan met problemen, uitdagingen en risico’s, zonder de verantwoordelijkheid van haar ouders in te schakelen.

Mijn praktijk

Zoals de coach hierboven zegt kunnen bepaalde ouders deze ongepaste zorg onbewust opleggen. Vaak omdat ze zelf kind van de rekening waren en hier geen besef van hebben of er gewoon te vertrouwd mee zijn en het een eigen opvoedingsstrategie lijkt.

De onbewuste strategieën die mijn moeder gebruikte waren:

  • Voorwaardelijke liefde door het ontzeggen van liefde en steun als ik haar weg niet volgde
  • Het beheersen of intomen van alle negatieve emoties (zelfregulatie ging me sowieso niet goed af vanwege mijn onveilige hechting in India en co-regulatie zou dit kunnen verzacht hebben)
  • Koude oorlog tot ik haar volgde
  • Enkel mijn goede keuzes of prestaties werden bewierookt en in de buitenwereld gegooid (trots)
  • Mijn ik werd steeds buitenspel gezet, of toch die ik die ik heb weten te ontwikkelen ondanks dit alles
  • Schuldgevoelens opwekken en inspreken op mijn dankbaarheid (stank voor dank)
  • Angstaanvallen
  • Uitgesproken zelfmoordgedachten
  • Alles voor me regelen en mijn verantwoordelijkheden uitstellen dat ik er niet bekwaam genoeg voor bevonden werd (werd klein gehouden)
  • Dit ook vaak in het bijzijn van anderen zoals de huisarts toen ze een kalmeringsspuit moest komen zetten bij mijn moeder

Er zijn nooit slagen en verwondingen geweest. Er is ook niet echt sprake geweest van seksueel misbruik (buiten enkele grensoverschrijdende handelingen). Ik kan dus niet spreken van fysiek geweld.

Het situeerde zich vooral op mentaal en emotioneel vlak. Ik blijf er wel bij dat ze het uit haar vreemd ideaalbeeld van liefde deed. Verstikking, perfectionisme en me klein houden.

Je kan me dus indelen in de 2 verschillende hoofdrichtingen (narcisme en orale behoefte) als klein gehouden en braaf/perfect kind.

Hoe dit zich allemaal uit bij mijn huidige relaties:

  • Self sabotage: uitlokken van negatieve situaties om bevestiging te krijgen van mijn mijn eigenbeeld ‘zie je wel dat ik niks waard ben’
  • Snel verliefd en vaak als eerste weg zodat ik niet verlaten kon worden
  • Elke trigger komt hard binnen en heeft een enorme emotionele lading die reflexmatig worden geuit zonder enige controle erover
  • Triggers zijn de micro expressies in iemands houding of gelaat.
  • Triggers kunnen handelingen of uitspraken zijn die me onzichtbaar, niet van tel of onbekwaam doen voelen
  • Het niet veilig mezelf mogen zijn zonder oordeel geeft me continue depressieve gevoelens en sturen mijn profilering binnen groepsdynamieken (terug getrokken, bedeesd, stil en zonder lef) > in veilige groepen ben ik juist het tegenovergestelde: mezelf
  • Emo eten omdat negatieve gevoelens niet gereguleerd kunnen worden
  • Constant vermoeid vanwege de continue waakzaamheid omdat ik steeds speur naar een inferieure kijk op mezelf door anderen en het zelfverdedigingsmechanisme dat mentaal in actie treedt
  • Het automatisch invullen van woorden en gedachten bij een ander omdat ik die woorden en gedachten mezelf toebedeel

Het is een dagelijkse struggle. Een zwaard van Damocles dat boven mijn hoofd hangt: continu. Iets wat zeker niet eenvoudig moet zijn voor mijn huidige partner. We hebben al heel wat watertjes doorzwommen en ik voel me nog steeds vaak eenzaam. Zelfs in mijn vriendenkring. Ik heb een aantal goede vriendinnen maar ook bij hen ligt het woord ‘dankbaar’ ook wel op hun lippen. Maar I’ll never back down en zal blijven werken aan mijn pad naar geluk.

Als je jezelf hierin herkent of je hebt nog aanvullingen, aanpassingen in hoe jij het ervaart. Je mag me dit steeds doorgeven en ik verzeker je dat alles in vertrouwen en anoniem wordt verwerkt. Enkel met toestemming zal ik een topic openen met de nodige theorie versus praktijk maar met jouw verhaal.

Samen staan we sterk en ik hoop je mee te trekken naar het dansen in de regen…

Zorg voor jezelf en tot snel!

Een tussendoortje: groepsdynamieken

Wie herkent de soms hypocriete en oppervlakkige contacten binnen bepaalde groepsdynamieken? Niet alle groepen hebben deze kenmerken uiteraard. Jammer genoeg wel veel te veel. Ik wel heb een andere filter om naar deze groepsdynamieken te kijken en deze te ontleden.

Ik voel me niet goed in (grote) groepen die zich vaak lenen tot een soort verheffing naar een populaire stem. Wie de meest grappige of sarcastische reacties maakt is dan ook het vaakst geliefd en vooraanstaand. Het zijn ook vaak deze groepen waarin bepaalde individuen diezelfde verwachting (zoals binnen parentificatie) hebben van anderen. Als je hieraan niet voldoet word je automatisch gedegradeerd tot een seut, saai persoon of outsider. Dit beeld dat sommigen van jou aan andere overdragen wordt vaak genoeg zomaar voor waar aangenomen waardoor anderen je met deze bril zullen gaan benaderen.

Ik ben via mijn therapie op een interessante analyse gestuit van het waarom ‘ik me zo ongemakkelijk voel’ in bepaalde groepen. Alles kan worden opgehangen aan die basis van onveilige hechting, identiteitsontwikkeling (parentificatie) en het feit dat je jezelf niet mag zijn.

Ik merk bijvoorbeeld en heb geobserveerd dat in 2 specifieke groepen op mijn werk ik mezelf anders profileer. Niet zozeer dat ik een masker opzet maar vooral hoe ik mezelf mag en durf uiten in een welbepaalde groep.

  • Groep 1: individuen met een uitgesproken mening en humor waarbij ook hun perceptie naar anderen op diezelfde manier is zoals mijn mama me heeft gezien (niet waardevol en iemand specifiek zou moeten zijn om geliefd te zijn) en ze pas graag met me omgaan als ik aan hun verwachting voldoe
  • Groep 2: individuen met evenzeer een uitgesproken mening en humor maar waarbij ze me juist in mijn waarde laten, mij mezelf laten zijn en me niet benaderen als een individu die zich moet conformeren naar hun verwachting en zienswijze van collega’s waar ze graag mee willen gaan

Je kunt al voorspellen in welke groep ik me het beste voel en de groep waar ik me het veiligste voel om mijn humor en mijn eigen ‘zijn’ kan loslaten zonder op mijn hoede te moeten zijn dat ik wel aanvaard wordt noch wordt afgeschilderd aan anderen als het domme gansje.

Binnen mijn problematieken (of meervoudige trauma’s) heb ik het moeilijker in groepen. Zeker om gehoord en gezien te worden als mezelf. Want zeg nu zelf: wie ben ik eigenlijk? Ik heb nooit een eigen echte identiteit ontwikkeld en hoe kan ik dan eigenlijk me veilig voelen bij iemand (1 individu of een hele groep) waardoor ik dan mag zijn wie ik momenteel ben?

Goede vraag. Kan ik mijn eigen identiteit nog wel ontwikkelen of moet ik het nu doen met hoe mijn verleden mij heeft gevormd en dat wat bijschaven? Want iedereen weet hoe belangrijk co-regulatie is. Alle relaties die je hebt (liefde, werk, vriendschappen,…) zouden veilig voor je moeten aanvoelen om jezelf te mogen zijn. Enkel door die veiligheid kan je helen en kan je het verleden loslaten en in het heden verder leven zonder die constante druk te voelen op je schouders (“mama”).

Ik kan eerlijk zeggen dat ik er elke dag tegenop zie om te gaan werken en mijn brein weer volle toeren te laten draaien om de continue processen die in mijn hoofd afspelen op een correcte (en niet geparentificeerde/onveilige) manier te laten verlopen. Het is vermoeiend. Elk contact dat ik heb door mijn ‘nieuwe’ bril te zien en me niet steeds gekwetst te moeten voelen door een subtiele afwijzing. Het probleem bij de ander te laten en niet tot me te laten doordringen als een persoonlijke aanval.

#2.2 Waarom werd ik geparentificeerd?

Ik wil enkele begrippen uitlichten om meer begrip te creëren voor de ‘plegers’. Begrijp me zeker niet verkeerd. Begrip is geen synoniem voor goedkeuring. Maar begrip opent wel deuren om een knop te vinden om je vastgeroest denkpatroon over de schuldvraag om te draaien. Enkel zo kan je, binnen een veilige omgeving, helen.

De begrippen heb ik uit de volgende bronnen gehaald:

Achtergrondinformatie & enkele begrippen

Met parentificatie wordt bedoeld: de gezinsomstandigheden waarin van de kant van de ouders het kind verantwoordelijk wordt gemaakt voor het welbevinden van de ouders. Of door middel van het overnemen van (verzorgings)taken, door middel van het zich laten verzorgen, of door het leven voor de ouders te leven.

Om zo volledig mogelijk te zijn, hierbij een overzicht van de inzichten die verschillende gezinstherapeuten over het begrip parentificatie geven.

  • Nagy:
    gebruikt het woord parentificatie en maakt een onderscheid tussen functionele afhankelijkheid, waarbij het kind taken van de ouders overneemt en zijnsafhankelijkheid, waarbij het voor kinderen onmogelijk wordt om zonder schuldgevoelens zelfstandig te worden. Kinderen vervullen behoeften van ouders, een gegeven dat in extreme (destructieve) vorm slecht is voor de kinderlijke ontwikkeling en het functioneren als volwassene. Daar kinderen existentieel loyaal zijn naar hun ouders toe, is het vrijwel onmogelijk voor ze om zich aan deze per definitie assymetrische ouder-kind relatie te onttrekken. Ze zullen hun hulp zo nodig opdringen of situaties forceren waar de ouders niet om hen heen kunnen.
  • Stierlin:
    spreekt van het delegatieprincipe. Hieronder verstaat hij dat het kind een ‘opdracht’ wordt gegeven die voortkomt uit innerlijke conflicten bij de ouders, waarbij het kind zich ten doel stelt deze voor hen op te lossen. Hij denkt daarbij vooral aan de adolescentiefase, waarin extreme binding en verstoting als uitersten spelen.
  • Minuchin:
    gebruikt het woord adjudant, ‘the parental child’. Het kind komt in de ouderpositie en wordt een plaatsvervangende ouder, de bewaker van het gezin. Het welbevinden van het gezin wordt boven het eigen welbevinden geplaatst, het kind is daardoor niet in staat aan zijn eigen basisbehoeften te voldoen.
  • Elkind:
    gebruikt het begrip ‘the hurried child’, kinderen die onder de druk der omstandigheden gepusht worden om zich overhaast volwassen gedrag eigen te maken, zonder de hiervoor noodzakelijke parallel lopende emotionele rijping. Het kind krijgt een symboolfunctie die aansluit bij de emotionele behoeften van de ouders. Ook gebruikt hij de term ‘ouder-kind contracten’. Dit zijn op wederzijdse verwachtingen en vertrouwen berustende ongeschreven regels betreffende de relatie, die in de loop van de ontwikkeling steeds aangepast worden. Problemen kunnen ontstaan als er ‘contractbreuk’ plaats vindt en het kind alle volwassen verantwoordelijkheden te dragen krijgt.
  • Richter:
    spreekt van rolpatronen. Bij het kind is er echter sprake van een in principe uiterst selectieve, aanvullende en incomplete rolopvatting met daaraan gekoppeld rolgedrag. Dit is specifiek gericht op bij de ouders gesignaleerde tekorten. Het kind wordt niet gewaardeerd om wat het is, maar om wat het conform de rolverwachtingen behoort te zijn. In het kind wordt door de ouder gezocht: degene die men is, was, zou willen zijn of juist niet mag of kan zijn. Het kind krijgt deze rol gedicteerd en accepteert die ook om een betere ouder te zijn of worden dan de eigen ouders.
  • Van der Plas beschrijft parentificatie als volgt: een gezins-interactie- patroon waarbij generatielijnen worden overschreden en wel in die zin dat het kind ouderlijke functies gaat vervullen ten opzichte van de ouder, waarbij het niet slechts om taken gaat maar er vooral sprake is van rolomdraaïng. Slaagt men er niet in zich los te maken en te distantiëren van de opgedragen maar ook verinnerlijkte rol van hulpverlener, dan kiest men in de latere beroepscarriëre opnieuw voor opofferende hulpvaardigheid aan anderen.

Gezin van herkomst

Er komen in ieder gezin wel periodes of situaties voor dat er van de kinderen wordt verwacht dat zij zich als een verantwoordelijke volwassene gedragen. Dit is op zich een gezonde situatie waarin het kind de gelegenheid krijgt om een ‘gever’ te zijn en niet alleen aan de nemende kant te staan, zoals nogal eens over ‘een gelukkige jeugd’ gedacht wordt. Kinderen zijn gevers van nature.

Parentificatie is niet per definitie slecht. Het geeft het kind ook de gelegenheid en mogelijkheid te leren zorgen voor anderen, iets te doen waarmee het zich vrijer zal voelen om ook dingen voor zichzelf te doen en constructief gerechtigde aanspraak te verdienen.

Het wordt destructief als het kind taken krijgt waarvoor het leeftijdsonbekwaam is, het zich schuldig voelt om zich te ontwikkelen, er geen rekening gehouden wordt met de capaciteiten, of als er geen enkele erkenning gegeven wordt voor de inspanningen van het kind. De rigiditeit, de intensiteit en de tijdsduur zijn mede bepalend voor de mate van de destructiviteit. Dit zal vooral het geval zijn in gezinnen waar de ouders niet in staat zijn van hun kinderen te ontvangen en/of nemen, bijvoorbeeld omdat vroeger ook hun ouders niet konden ontvangen en/of nemen. Deze kinderen zullen dan eindeloos doorgaan met geven, zonder dat het ooit genoeg zal zijn.

Wanneer er door de ouders helemaal geen erkenning wordt gegeven, bestaat het gevaar dat het kind een gekozen oplossing voor een situatie, om hier mee om te gaan (coping) als enige mogelijkheid ervaart en ook later als volwassene geen alternatieven kan zien bij het zoeken naar oplossingen. En daardoor een onverschilligheid aan de dag legt omdat het toch allemaal niets uit maakt.

De grondlegger van het fenomeen ‘Parentificatie” Professor Iwan Nagy geeft aan dat er twee soorten afhankelijkheid bij ouders bestaan, waarbij hij de zijnsafhankelijkheid als destructiever beschouwt dan de functionele afhankelijkheid.

Parentificatie door middel van zijnsafhankelijkheid houdt in dat de ouders het kind nodig hebben om er voor hen te zijn en te blijven. Het kind mag dus niet groeien of volwassen worden. Het zal tegen wil en dank toch groeien, maar heeft het gevoel de ouders nooit te kunnen geven wat ze verlangen. De ouders hebben het gevoel dat hen iets ontnomen wordt waar ze recht op hebben en zien niet dat ze het kind in de eigen ontwikkeling belemmeren of deze onthouden. Het kind wordt hierdoor verantwoordelijk voor het welzijn van de ouders, ouder van de ouder gemaakt en is daarmee de eigen grootouder.

Omdat deze ouders indertijd destructief gerechtigde aanspraak opgebouwd hebben en zelf nog zo veel erkenning nodig hebben, kunnen zij hun kind geen erkenning geven voor wat het doet en geeft. Op deze manier presenteren zij de roulerende rekening aan de volgende generatie. Het kind wordt het kind van de rekening. Een schrijnend, maar prachtig gefilmd voorbeeld is de zoon die pianist voor zijn vader wordt in de film Shine. De vader is door de oorlog niet in staat geweest deze droom tot vervulling te brengen en verlangt nu dat zijn zoon dat in zijn plaats doet. Wat de zoon ook doet, het is nooit genoeg. Uiteindelijk betalen beiden hier een hoge prijs voor.

Functionele afhankelijkheid hoeft het kind niet in zijn groeien te belemmeren. Het destructieve kan hier zitten in taken waar het kind nog leeftijdsonbekwaam voor is, waar het nog niet aan toe is, of het onthouden van erkenning.

Mijn praktijk

In mijn geval gaat het over een grote zijnsafhankelijkheid. Ik werd verantwoordelijk gesteld voor het welbevinden van mijn adoptiemoeder. Het leven dat mijn moeder voor me had uitgestippeld en het ideaalbeeld dat ze had van een dochter moest worden gevolgd. De emotionele behoefte van mijn moeder, de verwachtingen die ze had waren in het minste mijn eigen behoeften en verwachtingen voor het leven. De rol die ik behoorde te hebben werd pas versterkt in mijn adolescentie. Een periode waarin afzetting en verbinding een hoofdrol speelt om te komen tot een eigen identiteit.

Zoals hierboven beschreven en in retrospectief voelde dit eigenlijk echt aan als een contract. De standaard verwachtingen en rollen die er wederzijds mogen zijn werden in ons contract enorm scheef getrokken. Ik overtrad vaak de regels en op zich is dit niet vreemd in de adolescentie. Het aftasten, het zoeken naar, het ontwaren van succeservaringen en teleurstellingen die horen bij het maken van verkeerde keuzes.

Het probleem was dat ik enkel succeservaringen mocht ervaren door het volgen van mama haar uitgestippeld pad. Het waren dus in tsé haar succeservaringen. Als ik keuzes maakte die naar mijn ‘ongeluk’ zouden leiden werd ik genavigeerd in de andere richting. Maar die navigatie ging steeds gepaard met manipulatie. Welke soort manipulatie zal ik verder toelichten in het volgende deelthema.

De manipulatie gaf na verloop van tijd een verkeerd beeld over mezelf:

  • Ik kon niet zonder bevestiging van mijn moeder, maar evengoed ook later niet in elke relatie die ik had/heb: liefde, werk, vriendschap…
  • Mijn moeder zat steeds op mijn schouder (zie titel #2 je ouders op je schouders) mee te kijken en was het stemmetje in mijn hoofd bij keuzes die ik maakte (eigenlijk maakte zij die voor mij door dat stemmetje)
  • Ik had geen eigen identiteit want ik werd totaal overgenomen door mijn moeder
  • Ik werd gewaardeerd, maar enkel als ik haar idee van succeservaring volgde
  • Ik werd niet gewaardeerd om mij, als persoon met eigen identiteit
  • Ik was enkel waardevol als ik een perfect en klein kind was en bleef
  • Schuldgevoel overheerst mijn leven bij elke keuze die ik maak die een impact zou kunnen hebben op een ander. Ik zal dus daarom ook altijd i.f.v. een ander beslissen en niet i.f.v. mezelf.

Niet enkel die aangeboren/verworven loyaliteit die we voelen jegens onze verzorgers, maar evenzeer de dankbaarheid van gered te zijn van een lot dat waarschijnlijk mijn leven zou genomen hebben, was de aanleiding dat die manipulatie zo goed zijn weg vond in mijn brein.

Ik heb me lang zwak gevoeld. Dom. Dat ik iemand zo’n macht over mij liet hebben. Dat ik er geen ‘clean break’ mee kon maken. Nog steeds niet, ook al leven we op een grotere afstand van elkaar. Die afstand heb ik er trouwens bewust ingebouwd om die macht niet te intens te laten doorsijpelen op mijn volwassen leeftijd. Want ik voel(de) me best opgelaten dat ik nog zo geleid wordt door mijn mama.

Nu heb ik proberen te graven naar het waarom en het mechanisme dat daar achter zit. De theorie heb ik proberen matchen met mijn eigen praktijk. Het is soms akelig hoe een onbekende psychologen, geboren voor mijn tijd, mijn verhaal zo goed konden onderbouwen met hun bevindingen uit zovele verhalen in hun beroepsleven.

Er is toch grond, waarheid en richting in mijn gevoel. In wat er is gebeurd en of dit bewust of onbewust werd opgelegd. Ik mag me gekwetst en getraumatiseerd voelen, maar nu moet ik verder kijken dan de roulerende rekening en zelf deze familielijn doorbreken. Mijn dochter is het waard om de rekening van mij niet gepresenteerd te krijgen. (meer over deze roulerende rekening in het laatste deelthema: hoe doorbreek ik deze roulerende rekening)

Herken je je in mijn verhaal, ben je er nog niet volledig achter wat jou allemaal ten beurt viel? Ik sta ervoor open om samen met jou te graven of gewoon om een babbeltje mee te slaan. Je kan me een berichtje sturen vanop mijn facebook pagina ‘how tot survive in life’ https://www.facebook.com/howtoheallife/

Zorg voor jezelf en tot snel!

#2.1. Gepaste zorg versus ongepaste zorg: balans van geven en nemen

Achtergrondinformatie

Nagy’s werk: grondlegger contextuele theorie

Nagy’s werk staat bekend onder de naam “contextuele therapie”. Eén van de centrale ideeën hierin is de onvoorwaardelijke loyaliteit tussen ouders en kinderen. Kinderen krijgen van hun ouders het leven, daardoor zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bij het oneindig groot cadeau van het leven voelt elke mens namelijk de drang om iets terug te geven. Kinderen (ook volwassen kinderen) doen dit volgens Nagy door iets van het eigen leven te maken of door bijvoorbeeld zelf kinderen te krijgen. Behalve de loyaliteit die ontstaat door de geboorte, voelen kinderen zich ook loyaal tegenover mensen die voor hen zorgen en hen opvoeden. Het is de zogenaamde “verticale loyaliteit”. Daarnaast had Nagy ook aandacht voor “horizontale loyaliteit”, bijvoorbeeld tussen boers en zussen. 

Nagy gebruikt graag het beeld van een balans: geven en nemen moeten in evenwicht zijn. Kinderen krijgen van hun ouders, maar geven ook terug. In de meeste gezinnen loopt dat vanzelf goed, maar soms raken relaties verstoord. Dan treedt er volgens Nagy een onevenwicht tussen geven en nemen. Wat uit balans raakt in één generatie, wil de volgende weer in evenwicht brengen (roulerende rekening). (Bron: https://www.expoo.be/de-pedagogische-visie-van-iv%C3%A1n-nagy)

Vertaling van Nagy’s werk

Veel ouders projecteren hun afgesplitste behoeften en/of persoonlijkheidskenmerken op hun kinderen waarbij het kind in de interactie zodanig wordt beïnvloed dat het zich steeds meer conform de projectie van zijn ouder(s) gaat gedragen.

Kinderen hebben niet het vermogen om die projectie te onderkennen en af te weren. Een kind past zich – vanuit gebondenheid en loyaliteit – aan de ouderlijke bewuste en onbewuste behoeften aan. Dit verschijnsel noemen we het parentificatieproces. 

Hierbij gaat een kind zich steeds meer en meer aan het afgesplitste deel of de behoefte van de ouder(s) conformeren. Tegelijk groeit hierdoor bij de ouder meer en meer de primitieve afweer tegen dit afgesplitste deel. Binnen deze interactie ontstaat meer en meer een groeiende onderlinge afhankelijkheid.

Alle kinderen zorgen voor hun ouders. Ze helpen een handje in huis of proberen hun ouders te troosten als ze verdriet hebben. Maar soms schiet die zorg nogal door. Heel wat kinderen die er steeds moesten zijn voor hun ouders, ondervinden daar op volwassen leeftijd nog de gevolgen van.

Ieder kind zorgt, want zorgen maakt je als mens waardevol, zorgen is dus een positieve menselijke eigenschap. Het is normaal dat een ouder veel geeft en een kind heel weinig. En dat beetje wat een kind teruggeeft, is bedoeld om het te laten groeien in zijn eigenwaarde, om het zelfvertrouwen en een gevoel van verantwoordelijkheid te geven. Dus het kind helpt met tafel afruimen, slaat de armpjes om je heen als je tranen in je ogen hebt, of geeft een te gekke stropdas voor vaderdag.

Voor een gezonde sociale emotionele ontwikkeling van een kind is echter nog meer nodig. Eén is dat je de zorg van je kind ziet en hem daarvoor erkenning geeft. “Je bent geweldig. Wat goed van je dat je me geholpen hebt.” Zo weet het kind zich gezien en krijgt het gevoel: “Ik doe ertoe, ik mag er zijn.” 

Maar ook van belang is dat de zorg wordt afgebakend; dat heet gepaste zorg. “Tot hier toe en niet verder, want je bent nog maar 6. Ga maar lekker buiten spelen.” Zo leert het kind (later) om zelf grenzen te stellen en voor zichzelf op te komen. Deze kinderzorg wordt met een psychologische term constructieve parentificatie genoemd. Maar een destructieve vorm van parentificatie kan ontstaan als een kind op een ongepaste manier voor zijn ouders zorgt. (Bron: https://www.ouders.nl/artikelen/je-ouders-op-je-schouders)

Mijn praktijk

Ik wil vooral beginnen bij het feit dat ik vandaag niemand meer iets kwalijk neem over de roulerende rekening die mij ten beurt viel. Echter heb ik me lange tijd boos en machteloos gevoeld. Ik kon het niet van me afzetten omdat het onrechtvaardig aanvoelde. Eens het contextuele begrip er kwam kon ik de schuldvraag wegschuiven. Nu begint het helingsproces waardoor de triggers me niet meer zo instant beïnvloeden.

Ik ben echt liefdevol opgevoed. 2 ouders die me echt wilden. Ongewenst kinderloos en ‘eindeloos’ gewacht op een kindje: mij.

Mijn kleuter- en scholierjaren verliepen niet steeds van een leien dakje. Ik voelde me vaak het laatste gekozen, genegeerd: een buitenstaander. Ik wilde me (daardoor) ook niet sociaal engageren vertelde mijn moeder me ooit.

De jaren zonder rebellie verliepen als een kabbelend beekje. Vanaf het moment dat ik mezelf zocht in de wereld (remember: ik had al geen echte ik door de onveilige hechting vanwege de weeshuisjaren), een periode van rebellie en afzetting van je ouders wat een volstrekt normaal proces is, was de start van het destructieve parentificatie proces.

Dat kabbelend beekje waarover ik het net had was enkel de perceptie en herinnering van toen. Maar de subtiele navigatie vanuit mijn moeder om haar te volgen in alles waar zij vond dat ik moest voor staan begon eigenlijk ook al daar.

In retrospectief, met meer begrip, ontwaarde ik een systematische tactiek. Een opvoedingsstrategie die mijn verworven loyaliteit en de bijhorende dankbaarheid aansprak.

Hoe dit zich bij mij uit in het huidige leven bespreek ik in 2.3. hoe werd ik geparentificeerd (theorie versus praktijk).

Herken je je in mijn verhaal, ben je er nog niet volledig achter wat jou allemaal ten beurt viel? Ik sta ervoor open om samen met jou te graven of gewoon om een babbeltje mee te slaan. Je kan me een berichtje sturen vanop mijn facebook pagina ‘how tot survive in life’

Zorg voor jezelf en tot snel!

#2 Parentificatie: je ouders op je schouders

Achtergrondinformatie

Parentificatie is een begrip dat werd geïntroduceerd door Boszormenyi-Nagy. Volgens deze pionier van de contextuele therapie gaat het bij parentificatie om gezinsomstandigheden waarbij het kind verantwoordelijk wordt (gemaakt) voor het ouderlijk welbevinden. Het kind wordt (en/of voelt zich) geroepen oneigenlijke zorgen op zich te nemen. Het kan zich ook iets aanmatigen. Zo wordt het als het ware te snel ouder. Het mobiliseert daarbij de nodige krachten en talenten. Maar op latere leeftijd kan zich dit fenomeen op uiteenlopende wijze wreken. Psychoanalyse legt de intrapsychische of fantasmatische wortels bloot. Projectieve identificatie vanwege  orale en/of narcistische noden van de ouders leidt tot een  vals zelf: de zorgende engel of het superkind. Ook een falende derde die het kind onbeschermd overlevert aan de nood van de ander of reparatie en/van afgunst tegenover een ouderfiguur behoren tot de veel voorkomende pathogene factoren. Via het impliciet geheugen kan parentificatie zich als sjabloon in het volwassen psychosociaal leven nestelen. Zodoende is het een belangrijke psychopathologische risicofactor.

Literatuur

In mijn eigen woorden kan ik het beste omschrijven als ongepaste, onevenwichtige en non-responsieve zorg waarbij de verwachtingen van de ouder de aangeboren/verworven loyaliteit van het kind aanspreekt. De ouder kan best goede bedoelingen hebben bij het opvoeden van het kind, maar is zich vaak niet bewust van de impact op de bepaalde tactieken of strategieën die ze gebruiken om het kind het gareel te houden. Jammer genoeg komt het ook voor dat de ouders kwaadschiks zijn en bewust bepaalde handelingen uitvoeren om dat kind in een keurslijf (hun ongepaste/onrealistische verwachtingen) te dwingen.

Kortom kan deze vorm van opvoeding het kind onveilig hechten waarbij het kind geen eigen zelf ontwikkelt en steeds afhankelijk zal zijn van de bevestiging van een ander (waar die bevestiging ook over gaat). Bij adoptie ben je vaak al onthecht en zou gepaste zorg deze onthechting meer kunnen lijmen. Het omgekeerde is ook mogelijk. Door ongepaste zorg kan de reeds onthechte periode versterkt worden…

Ik zal proberen dit hoofdthema ‘parentificatie’ onder te verdelen in 4 deelthema’s zodat jullie meer zicht krijgen hoe dit tot stand kon komen en welke triggers/demonen een kind hierbij kan overhouden. Telkens zal ik er mijn eigen verhaal aan plakken als practicum.

  • 2.1 Gepaste zorg (constructief) versus ongepaste zorg (destructief): balans van geven en nemen
  • 2.2 Waarom werd ik geparentificeerd: enkele begrippen voor meer besef
  • 2.3 Hoe werd ik geparentificeerd: 2 hoofdstromingen en 4 deelstromingen
  • 2.4 Hoe doorbreek ik de roulerende rekening?

De tekst die ik net schreef, schrijf ik tijdens de uitzending “als je eens wist” (Canvas – kindermishandeling). Het gaf me teveel herkenning, al is dit eerder op emotioneel en onbewust niveau dan op fysiek en bewust niveau. Het is een zeer geladen onderwerp voor me. Ik ga even wachten met het publiceren van het eerste deelthema tot ik weer even tot rust ben gekomen (of ik publiceer het meteen om dit hoofdstuk af te sluiten).

Zorg voor jezelf en tot snel…

#1.4. Loyaliteit

Achtergrondinformatie

Ik heb de onderstaande tekst integraal overgenomen van de bronwebsite adoptie.nl. hij was te goed om er zelf tekst aan te geven.

Geadopteerden hebben niet enkel een primaire loyaliteit ofwel ‘zijnsloyaliteit’ aan de biologische ouders maar ook een secundaire of ‘verworven’ loyaliteit aan hun adoptieouders, die hen verzorgen en opvoeden.

Adoptieouders hebben de taak de biologische ouders een plaats te geven in het leven van hun kind. Dat betekent dat ze de loyaliteit van hun kind aan de biologische ouders erkennen en daarmee om leren gaan. Hoe een kind omgaat met de verschillende loyaliteiten en of het deze kan hanteren, hangt onder andere af van de mate waarin het veilig gehecht is en waarin het verdriet en rouw kan uiten en verwerken. Het behoort tot de ontwikkelingstaken van geadopteerden zelf om alle loyaliteiten naast elkaar te laten bestaan en er op een eigen manier vorm te geven, hoe complex ook.

Loyaliteitsproblemen bij geadopteerden

Voor adoptiekinderen kan het omgaan met de dubbele loyaliteit lastig en verwarrend zijn. Wanneer een adoptiekind niet loyaal durft te zijn aan beide ouderparen, ontstaat een loyaliteitsconflict. Loyaliteitsconflicten spelen soms ook op onbewust niveau. Er zijn grofweg twee verschillende vormen:

  1. Het kind voelt zich schuldig ten opzichte van zijn biologische ouders als het van zijn adoptieouders gaat houden. Dit kan voelen als verraad. Soms wijzen geadopteerden demonstratief hun adoptieouders af en kiezen ze (onbewust) voor hun biologische ouders, die in hun ogen hun enige echte ouders zijn. Meestal identificeren ze zich dan ook met hun land van herkomst en hun afkomst, verlangen ze sterk naar contact met de biologische ouders en worden de biologische ouders geïdealiseerd. Een sterk loyaliteitsgevoel aan de biologische ouders kan het opbouwen van een veilige gehechtheidsrelatie met de adoptieouders in de weg staan.
  2. Andere kinderen durven hun loyaliteit aan hun biologische ouders niet te voelen of te uiten. Ze stellen bijvoorbeeld geen vragen over hen of doen alsof hun afkomst niet belangrijk is. Ze uiten geen interesse uit angst daarmee hun adoptieouders, met wie ze hier en nu leven en waar ze afhankelijk van zijn, te kwetsen. Hun identiteitsontwikkeling kan daarmee in de knel komen. Soms durven geadopteerden pas te gaan zoeken naar hun roots als ze door de letterlijke en/of figuurlijke afstand van hun adoptieouders (bijvoorbeeld als ze zelfstandig gaan wonen) meer ruimte gaan voelen.

Aandachtspunten adoptieouders

  • Voor adoptieouders is het soms moeilijk te begrijpen dat hun kind loyaal is aan zijn biologische ouders, terwijl deze hun kind achterlieten, verwaarloosden of mishandelden. Zij kunnen daardoor ambivalente of negatieve gevoelens hebben over de biologische ouders en (on)bewust overdragen op hun kind. Adoptieouders kunnen zich ook schuldig voelen over hun negatieve gevoelens en gedachten over de biologische ouders en deze gevoelens wegstoppen.
  • Als adoptieouders niet goed raad weten met alle gebrek aan informatie over de voorgeschiedenis van hun kind, kan het voor het kind ook voelen als een ‘verboden onderwerp’ om over in gesprek te gaan.
  • Het kan adoptieouders kwetsen als hun kind zich heftig tegen hen afzet en lijkt te kiezen voor de biologische ouders. Sommige kinderen ontkennen de negatieve informatie over de biologische ouders en projecteren ze op de adoptieouders, terwijl de adoptieouders weten dat de werkelijkheid anders is. Als adoptieouders gevoelig zijn voor afwijzing, kunnen adoptieouders en kinderen terecht komen in een negatieve spiraal van boosheid en wederzijdse afwijzing. Voor adoptieouders is het erg belangrijk om te beseffen dat hun kind worstelt met loyaliteitsgevoelens en dat zijn afwerende houding en gedrag niet op hen als persoon gericht hoeft te zijn. Voor de wederzijdse gehechtheid is het heel belangrijk dat de adoptieouders de loyaliteit aan de biologische ouders (h)erkennen.
  • Loyaliteit kan voor adoptieouders een pijnlijk onderwerp zijn en hen confronteren met hun ongewenste kinderloosheid. Zij zullen nooit de enige ouders zijn van en voor hun kind en hun onderlinge band is minder vanzelfsprekend. De biologische ouders zullen altijd een plek innemen in de belevingswereld van hun kind.
  • Sommige adoptieouders hebben de neiging negatieve eigenschappen of ongewenst gedrag van hun kind toe te schrijven aan erfelijke eigenschappen of het karakter van de biologische ouders. Als ze dit laten merken, dan zeggen ze feitelijk tegen hun kind dat zijn biologische ouders ‘niet goed zijn of niet goed genoeg zijn’ en daarmee kwetsen ze hun kind.
  • Soms schieten adoptieouders te ver door en doen ze te veel hun best om ruimte te geven aan de primaire loyaliteitsgevoelens van hun kind. Ze verheerlijken de biologische ouders te veel of ze staan overmatig stil bij het verlies van de biologische ouders. Ze geven daarmee soms te weinig aandacht aan hun eigen rol en positie. Het adoptiekind heeft hen juist nodig als stevige betrouwbare opvoeders, die zijn verdriet en loyaliteitsconflicten kunnen verdragen en hanteren.
  • In een adoptiegezin kunnen er grote verschillen zijn in loyaliteit tussen de kinderen. Zo kan het ene kind heel loyaal zijn aan de biologische ouders en het andere kind kan dit gevoel minder of niet hebben. Dit geeft vaak een bijzondere en soms complexe gezinsdynamiek.
  • Ook de manier waarop adoptieouders omgaan met de loyaliteit aan hún ouders beïnvloedt de manier waarop hun kind omgaat met zijn loyaliteitsgevoel.

Rol biologische ouders

  • Geadopteerden kunnen gemakkelijker loyaal zijn aan hun beide ouderparen als de biologische ouders hun kind hebben kunnen laten weten dat zij achter de adoptie staan.
  • Steeds meer adoptiekinderen en geadopteerden hebben contact met hun biologische ouders. De biologische ouders krijgen te maken met loyaliteitsgevoelens en -conflicten. Ook voor biologische ouders kan het heel confronterend zijn om te merken dat hun kind ook loyaal is aan zijn adoptieouders en zich gevormd heeft in een westerse cultuur. Geadopteerden kunnen in een loyaliteitsconflict terecht komen als hun biologische familie te veel aan hen gaan trekken.
    Behalve met loyaliteitsgevoelens aan adoptieouders hebben adoptiekinderen soms ook nog te maken met loyaliteit aan pleegouders, die voor hen tijdelijk gezorgd hebben en een belangrijke rol in hun leven hebben gespeeld of nog spelen.

Loyaliteit in verschillende fasen

Het hanteren van loyaliteiten verschilt per ontwikkelingsfase. Naar mate een kind ouder wordt, wordt het zich meer bewust van zijn loyaliteitsgevoelens. Ook belangrijke gebeurtenissen als een rootsreis of een overlijden van een van de ouders heeft invloed.

  • Voor een jong kind is het van wezenlijk belang dat het zeker is van zijn band met de adoptieouders. Het wil op de adoptieouders lijken, erbij horen. Afhankelijk van de leeftijd bij afstand is het zich meer of minder bewust van het bestaan van en de loyaliteit aan de biologische ouders.
  • Als het tussen de vier en acht jaar oud is, beseft een adoptiekind dat adoptie niet alleen betekent ‘gewenst zijn´ door de adoptieouders maar ook ‘verlaten of afgestaan zijn’ door de biologische ouders. Dit brengt gedachten en ideeën over de biologische ouders op gang. In het verlengde daarvan ontstaat de vraag ‘Wat beteken en betekende ik voor mijn biologische ouders en wat betekenen zij voor mij?’
  • Vooral in de puberteit spelen loyaliteitsvragen een belangrijke rol in het licht van identiteitsvragen: ‘Op wie lijk ik?’ ‘Bij wie hoor ik?’ ‘Voel ik me Colombiaan of Nederlander?’ Het losmaken van en zich afzetten tegen de adoptieouders kan een verhevigde interesse en sterkere loyaliteitsgevoelens ten opzichte van de biologische ouders tot gevolg hebben.
  • Rootsinteresse of een rootsreis naar het geboorteland maakt loyaliteitsvragen actueel. Contact met de biologische ouders of -familie heeft invloed op loyaliteitsgevoelens. Adoptiekinderen of geadopteerden kunnen soms in verwarring raken of in een loyaliteitsconflict terecht komen na een ontmoeting met hun biologische ouders.
  • Volwassen geadopteerden moeten eigen keuzes maken op welke wijze zij vorm geven aan de loyaliteit die zij voelen voor hun biologische familie, hun geboorteland en de cultuur. Er zijn grote verschillen en ook overeenkomsten in beleving en in keuzes die zij maken.

Mijn praktijk

Ik heb zelf niet zo’n ervaring met afwijzing van bio- of adoptieouders. Toch niet in mijn bewust gedachtegoed. Waar ik vooral hinder van ondervond was mijn verworven loyaliteit samen met de dankbaarheid voor adoptie.

Het gaf me een blinde keuze om mijn adoptieouders te volgen of dit nu mijn identiteit volledig uitwiste of niet. Het was mij verantwoordelijk stellen voor hun geluk en dit kwaadschiks realiseren door me alles te ontzeggen waar een kind behoefte aan had. Ze gaven me voorwaardelijke liefde.

Er zijn weinig mensen die dit soort parentificatie als misbruik aanzien. Echter is manipulatie of chantage evenzeer een soort mishandeling. Mischien niet fysiek maar zeker emotioneel of mentaal. Het hakt op je in en verdeelt jezelf in 1000 stukjes. Alle stukjes worden extern aangestuurd en je hebt er zelf geen controle over. Je hebt nooit een ‘zelf’ gehad.

Ik kwam net een quote tegen die aangaf dat je je eigen kinderen pas ruimte en vertrouwen kunt geven (hechting) als je jezelf kunt vertrouwen… Dan heb ik nog een lange weg te gaan en hoop ik dat het niet te laat is voor mijn dochter…

Ik heb al zoveel het begrip ‘parentificatie’ vernoemd. Dit zal daarom mijn volgend hoofdthema worden met 4 deelthema’s. Benieuwd? Schrijf je in op deze blog en krijg een herinnering als er nieuwe content is.

Zorg voor jezelf en tot snel!

Song #1’Kelly Clarkson – Because Of You (Official Video)’ op YouTube

Dit lied gaat om de scheiding van de ouders van Kelly. Een scheiding kan zorgen voor gespleten loyaliteit maar evenzeer een gevoel van verlatenheid, verlies en onbegrip.

De woorden zijn echter zo frappant. Er zijn zoveel overeenkomsten met een persoon die gebukt kan gaan onder de implicaties van ‘parentificatie’ – ongepaste, onevenwichtige en non-responsieve zorg.

I will not make
The same mistakes that you did
I will not let myself
Cause my heart so much misery
I will not break
The way you did, you fell so hard
I’ve learned the hard way
To never let it get that far

Songtekst – 1e alinea

Ik heb er enorm veel energie in gestoken om te graven naar de waarom van mijn vele triggers. Die inzichten hebben me er ook toe gehouden om mijn nazaten niet met dezelfde trauma’s op te zadelen. Ik wilde m.a.w. niet de roulerende rekening presenteren en de fouten van mijn (voor)ouders overbrengen naar mijn eigen opvoeding naar mijn dochter toe.

Because of you
I never stray too far from the sidewalk
Because of you
I learned to play on the safe side so I don’t get hurt
Because of you
I find it hard to trust not only me, but everyone around me
Because of you
I am afraid

Songtekst – 2e alinea (refrein)

Dit klopt ook helemaal. Ik heb veel te lang tussen de lijnen gelopen, nooit uit mijn comfortzones gestapt en geen risico’s aangegaan. Het was ook zo vertrouwd en veilig om te volgen wat mijn ouders me hadden voorgekauwd. Helaas een valse veiligheid… Het vertrouwen in mezelf is enorm laag want mijn persoon werd nooit geaccepteerd, enkel mijn prestaties.

I lose my way
And it’s not too long before you point it out
I cannot cry
Because I know that’s weakness in your eyes
I’m forced to fake
A smile, a laugh everyday of my life
My heart can’t possibly break
When it wasn’t even whole to start with

Songtekst – 3e alinea

Het blijft frappant dat elke alinea gewoon over mijn leven gaat… Mijn adoptiemoeder heeft steeds de negatieve emoties, enkel om mezelf te tonen en te vragen om acceptatie, doen beheersen. Emotionele chantage werd ingezet door essentiële zaken van me te onthouden zoals haar liefde, steun en waardering. Vaak via koude oorlog, opwekken van schuldgevoelens en me klein houden en alle beslissingen voor me nemen. Vanwege de ontbrekende hechting en deze parentificatie erbovenop is mijn hart nooit volledig geweest.

Because of you
I never stray too far from the sidewalk
Because of you
I learned to play on the safe side so I don’t get hurt
Because of you
I find it hard to trust not only me, but everyone around me
Because of you
I am afraid

Songtekst – 4e alinea (refrein)

I watched you die
I heard you cry every night in your sleep
I was so young
You should have known
Better than to lean on me
You never thought of anyone else
You just saw your pain
And now I cry in the middle of the night
For the same damn thing

Songtekst – 5e alinea

Helaas zijn de manipulaties zo verregaand geweest dat er een enorm schuldgevoel op me woog en ik uiteindelijk koos voor haar pad. Zo kon ze weer gelukkig zijn en was alles weer peis en vree. Paniekaanvallen, koude oorlog, voorwaardelijkheid, zelfmoord uitingen, nachtelijke schreeuw- en huilbuien… Vreemd genoeg zag ik toen geen probleem en was de dankbaarheid omtrent mijn adoptie en de aangeboren loyaliteit datgene dat me in deze onaangepaste, onevenwichtige en non-responsieve zorg, ook datgene dat me in haar kielzog hield. Tot op heden houdt het me in haar greep, maar de 1ste breuklijn met haar macht heb ik kunnen realiseren op mijn 25ste.

Because of you
I never stray too far from the sidewalk
Because of you
I learned to play on the safe side so I don’t get hurt
Because of you
I try my hardest just to forget everything
Because of you
I don’t know how to let anyone else in
Because of you
I’m ashamed of my life
Because it’s empty
Because of you
I am afraid

Songtekst – 6e alinea (refrein herwerkt)

Alle triggers in mijn huidig leven komt niet enkel van mijn onthechting in mijn 1e drie levensjaren. De parenticatie heeft ook een smet op het blazoen ‘adoptie’ geplaatst. Ik vind het enorm jammer dat ik alle relaties (verleden en heden) zo heb laten beïnvloeden door deze trauma’s. Ik verontschuldig me voor alle kwetsuren die ik op mijn beurt heb veroorzaakt en voor de kortsluitingen in communicatie die dit met zich meebracht. I try my hardest to forget everything…

Zou je graag met mij in dialoog willen gaan en samen dieper graven (ook in jouw praktijkverhaal) is dit steeds mogelijk. Volgende keer ga ik in op een ander deelthema; loyaliteit. Schrijf je in op mijn blog om een herinnering te krijgen als je dat wenst.

Zorg voor jezelf en tot snel!

Relationele veiligheid

Een veilige haven in je relatie

Om te kunnen helen heb je een veilige haven nodig. Alle externe prikkels of voorvallen die kunnen sneller van je afglijden doordat je een terugvalbasis hebt waar je begrepen, gezien en beschermd wordt. De eigen ik kan opnieuw versterkt worden om de impact van andere relationele contacten te verminderen.

Ik ben ervan overtuigd dat de reflexen in het brein, de instincten of de neurologische impulsen kunnen worden heraangelegd door veilige contacten binnen je primaire hechtingsbasis, meestal je partnerrelatie in een volwassen leven.

Deze veilige haven benoem ik zelf ook co-regulatie.

Hoe bouw je die veiligheid op?

In een relatie met een partner zal je zeker getriggerd worden. Dit brengt vaak frustraties, kortsluiting in de communicatie en een onevenwichtige strijd met zich mee. Hoe hierop gereageerd wordt door je partner zal enorm veel verschil maken in je gevoel van veiligheid. Het gevoel jezelf te mogen zijn en het begrip in het probleem van zelfregulatie (omdat je dit nooit of niet goed werd aangeleerd). Natuurlijk moet er wel sprake zijn van een goodwill en mag je jezelf niet verschuilen achter je bagage.

Soms weet je niet dat er een trigger is, soms weet je zelfs deze trigger niet te ontleden. Een basale reactie, vanuit het diepste van je brein. Een reflex dat je bijna onmogelijk kunt onderscheppen zodat je het zelf tijdig in de koelkast kunt zetten of kunt omzetten in een minder geladen reactie.

Belangrijk vooral is inzicht te krijgen in welke de momenten of uitspraken je doen triggeren. Je mag vooral niet te lang blijven hangen in de emotionele lading die de trigger met zich meebrengt en dus even pauzeren.

Een tip die ik zelf in therapie heb geleerd: spreek af met je partner om een codewoord te zeggen als je het gevoel krijgt dat er een emotioneel geladen moment aan komt en dat je het voorval/de communicatie eventjes wil pauzeren. Je kan er dan later op terugkomen met een minder geladen gevoel. Essentieel is dan zeker dat je partner de pauze begrijpt en ook weet dat ‘het probleem’ niet bij hem of haar ligt en dat probleem dan ook bij jou laat. Zo hoeft hij of zij dit niet persoonlijk te zien als afwijzing of een zoveelste keer dat er een kortsluiting is.

Het is niet simpel. Dat is het echt allerminst. In mijn relatie met mijn partner voel ik me bijna continu getriggerd, onbegrepen en ongezien. Veelal heeft dit niet met hem te maken maar ligt dat probleem grotendeels bij mij. Hoewel jij niet de enige zal zijn die zal moeten graven en werken. Jullie beiden zullen moeten werken aan de eigen demonen/triggers/problematiek. Een evenwichtsoefening waarbij evaluatie regelmatig zal komen kijken. Een inspanning die ‘tot de dood ons scheidt’ zal moeten worden volgehouden.

De uitspraak ‘tegenpolen trekken elkaar aan’ is echt waar. Ze trekken elkaar aan omdat ze elk willen blijven groeien, zichzelf willen verbeteren en hun eigen schaduwzijden (versus de ander zijn/haar talenten) willen bijschaven. Ik kan mijn schaduwzijden (afhankelijkheid bv.) meer loslaten omdat mijn partner zijn talent (onafhankelijkheid) op me afwrijft. Op die manier krijg ik meer evenwicht in mijn schaduwzijden. Openstaan voor zulke mechanismen, groei en uit je comfortzone treden is hierbij natuurlijk essentieel. (uit: ‘bouwen aan een sterke relatie’ van Andrew Stanway)

Hoe kan je je triggers ontleden?

Ik ben woordenwolken gaan maken in mijn bullet journal. 1 gevoel/woord waarrond ik associatieve gevoelens/woorden schrijf die bij me opkomen. Zo kom ik vaak aan bijkomende woordenwolken. Als je zoiets op papier ziet of je moet erbij nadenken kan je dit bespreken met je partner en spreken over de momenten die je bij hem of haar doen triggeren. Inzien dat de bagage die ons op onze rug werd gestouwd ons zal blijven triggeren maar dat dit niet de oorzaak moet zijn voor verdere onderlinge conflicten.

Wie interesse heeft in zulke woordenwolken (de mijne) mag dit bij mij aanvragen. Ik wil dit zeker met jullie delen, al stel ik me daardoor heel kwetsbaar op. Als dit jullie zou helpen om te starten met graven en analyseren doe ik dat met plezier.

Relationships lasts because two people make a choice to keep it, fight for it and work for it

Unknown

Zorg voor jezelf en tot snel!

Bespreking: vermijdende Elsa en angstige Anne (Frozen)

Van het moment dat ik het liedje ‘let it go’ hoorde en de eerste film zag herkende ik enorm veel eigenschappen van een persoon met hechtingsproblematiek. De film greep me steeds aan als er werd gezegd dat Elsa haar kracht moest verbergen, onderdrukken en nooit laten zien. Dit was de start van het afzijdig houden, zich weren en afstand bewaren van iedereen rond haar. Op haar beurt voelde Anna zich verlaten, er werd haar niks uitgelegd en op de koop toe overlijden haar ouders waardoor ze haar primaire hechtingsfiguren verliest die haar toch enige veiligheid konden bieden.

Ik merkte dat ik mijn dochter uitleg wilde geven over bepaalde voorvallen en uitspraken in de film. Kinderen zijn zo beïnvloedbaar, gaan echt op in het gevoel en de gebeurtenissen in de film. Ik stelde haar gerust en vertelde dat ze zich steeds veilig mag voelen om wat dan ook te bespreken met ons en dat er geen enkele uitspraak of voorval mijn/onze liefde voor haar zou wegnemen.

Vermijdende Elsa en haar eigenschappen

  • Ze duwt iedereen weg die te dicht bij haar komen (angstig dat ze hen zal pijn doen)
  • Ze loopt weg om alleen te zijn (eigen ijspaleis) en enkel rekenschap met zichzelf te moeten houden
  • Ze vindt het niet erg alleen te zijn en zou er alles voor doen om dit te behouden (de fatale ijsstoot die het hart van Anna geleidelijk aan doet bevriezen)
  • Ze is het gewoon om alles alleen te doen en stippelt zelf haar pad uit (frozen 2)

Angstige Anna en haar eigenschappen

  • Ze voelt zich verlaten, eerst door Elsa die afstand houdt, erna door haar ouders die overlijden tijdens een schipbreuk
  • Ze wordt overal buiten gehouden, er wordt geen informatie gegeven en de communicatie is soms zelfs dead-silent
  • Ze dringt zich op aan Elsa eens Elsa uit de schaduw treedt om koningin te worden
  • Ze accepteert geen nee en gaat tot het uiterste om liefde te zoeken
  • Ze wordt verliefd vanaf het eerste moment dat een man haar aandacht geeft
  • Ze vraagt zelfs een vreemde man om hulp omdat haar ze haar doel wil bereiken

De films blijven natuurlijk mooi en de moraal van het verhaal is zeer krachtig. Ik zou zeker nog gaan kijken als er een 3de zou uitkomen hoor.

Mijn volgende blogpost zal gaan over een liedje dat mijn strijdlied is m.b.t. hechting en parentificatie. Benieuwd? Schrijf je in op deze blog en krijg een herinnering als er nieuwe content is.

Zorg voor jezelf en tot snel!

#1.3. rouw, verlies & verdriet

Achtergrondinformatie

De verlieservaringen in de adoptie driehoek

Wederom is de bronwebsite klaar, duidelijk en volledig. Ik vat hem even samen voor jullie. <https://adoptie.nl/professionals/voor-hulpverleners/belangrijke-adoptiethemas/verlies-verdriet-en-rouw/>

Rouw bij adoptie is complex. De ontbrekende puzzelstukjes in de levensgeschiedenis en blijvende vraagtekens die deze oproepen zorgen ervoor dat het rouwproces soms moeilijk kan worden afgerond. Het herhaalt zich zelfs in de verschillende levensfase:

  • Net na de adoptie is er nog geen sprake van veiligheid om te rouwen en zitten vele adoptiekinderen nog in overlevingsmodus. Door het wegstoppen van de gevoelens of ervaringen wordt het rouwproces (onbewust) uitgesteld
  • Eveneens het verliezen van de opvoeder/verzorger mag zeker niet over het hoofd gezien worden
  • Bepaalde levensfasen zorgen in meer of mindere mate voor een herbeleving van het verlies: bewust kennis afgestaan te zijn, 2 culturen, nergens bij horen, herinneringen: fantasie versus werkelijkheid, negeren van trauma’s, het verlies of rootsinteresse, verliezen van nieuwe hechtingsfiguren

Er zijn enorm veel dingen die je als familielid, vriend(in), geliefde of collega kunt doen om dit verdriet te erkennen en een stem te geven aan de geadopteerde daar waar hij of zij zijn of haar stem is verloren. Vaak ook omdat het soms echt over onbewuste ervaringen gaan die voor de taal plaatsvond. Enkele tips:

  • Erkenning, toestaan en begrijpen van de (negatieve) gevoelens die komen kijken bij de verlieservaring an sich en welke hiervan de invloed heeft op het verdere verloop van het leven
  • Een klankbord, een veilige haven waar het adoptiekind terecht kan in alles wat hij of zij is (of denkt te zijn). Laat het kind in zijn of haar waarde en geef hem onvoorwaardelijke liefde, gericht op de persoon en niet de prestatie of het gedrag. Verloochen de biologische ouders of land van herkomst niet.
  • Communicatie, openheid en toegankelijkheid om over alles te spreken. Ook dat geen wat moeilijk is en zout in een open wonde zou zijn. Zeker de vragen over de levensgeschiedenis, cultuur, taal, etc … niet wegwuiven en samen op zoek gaan met de pijnlijke en mogelijke waarheid dat niet overal een antwoord op kan gevonden worden
  • Erken evenzeer dat al het bovenstaande niet steeds soelaas brengt en de onthechting terug kan lijmen. Noodzakelijk zijn soms diagnose, ondersteuning bij de opvoeding of therapieën voor het kind. Hierop zal ik in één van mijn latere blogposts dieper ingaan.

Mijn praktijk

Ik kan niet negatief zijn over de erkenning die mijn adoptieouders me hebben gegeven in de interesse over mijn levensgeschiedenis, land van herkomst of biologische ouders. Het gemis zat vooral in de erkenning van mijn trauma en de opvoedingsstijl die ze hebben ingezet waardoor dit vroeg kinderlijk trauma meer versterkt werd dan afgezwakt. Ik val hier een beetje in herhaling maar de gepaste, evenwichtige en responsieve zorg binnen een veilige omgeving (waar ik mezelf mocht zijn en mij niet moest meten aan hun prestatiegerichtheid) is cruciaal om in het latere leven, na adoptie, nieuwe neurologische paden te kunnen leggen.

Hoe veiliger je je voelt in de primaire relaties, hoe meer je gelijmd wordt. Dit wil zeker niet zeggen dat je de onthechting volledig kunt omdraaien. Dit is net als een blad papier dat werd verfrommeld: volledig glad strijken zal je het nooit meer kunnen doen. Ik ben ervan overtuigd dat je zelf wel kunt kiezen tot waar je pijn en verdriet gaat en waar je start met het helen ervan. Gezonde relaties kiezen, een veilige omgeving (met gepaste, evenwichtige en responsieve communicatie) en eentje waar je durft jezelf zijn en je hierin wordt aanvaard.

Eens je die keuze gemaakt hebt om je mind-set om te draaien, je niet meer te laten afhangen van externe factoren (verleden en heden) en wat er je werd aangedaan en een veilige omgeving op te zoeken om je wonden te likken en te laten helen. Dan kom je tot het tweede en gezonde deel van je leven. Hierbij kan je hulp nodig hebben van professionelen en dat is niet erg. Je bent niet zwak als je dit erkent. Voor jezelf het juiste pad kiezen is moedig en daar moet je ballen voor hebben!

Ik ga zelf bij een top psychologe waarbij ik een klik heb. Dankzij haar ben ik zover gekomen om 1. de keuze van een mind switch te doen 2. een veilige omgeving te zoeken, maar ik ben nog niet volledig op het punt om het gebeurde achter me te laten. Ik zoek nog een instrument, draaiknop, inzicht om te vergeven.

Misschien in één van de volgende blogposts of door één van jullie reacties hier of op facebook dat ik mijn mind switch kan maken. Volg me maar in mijn verhaal zodat je me af en toe kunt aanmanen om voort te doen! Zou je graag met mij in dialoog willen gaan en samen dieper graven (ook in jouw praktijkverhaal) is dit steeds mogelijk.

Volgende week ga ik in op het laatste deelthema; loyaliteit. Schrijf je in op mijn blog om een herinnering te krijgen als je dat wenst. Tot volgende week.

Zorg voor jezelf en tot snel!

Nog enkele quotes om het af te leren…

Adoption loss is the only trauma in the world where the victims are expected by the whole of society to be grateful

~Reverend Keith C Griffith

The adoptee’s ability to seek and remember what has been lost is essential to healing. Although we may never know our complete history, we must be allowed to explore the unknown parts of who we are; those caverns created by loss

~ Michelle ~

Often adopted childeren appear to be just “fine”. However research has shown that many have built walls around themselves to keep others from getting too close. They may hide behind perfectionism, achievement and even self sufficiency. They often resist what they need want most of all …

~ is adoption trauma? (facebook) ~

The pain doesn’t come from know you were relinquished and adopted. The pain is cellular, muscular. It is in our organs if we experienced motherloss as trauma. Silence does not help adoptee grief. Rocking does. Listening. Holding space for pain, letting it sob like a baby

~Anne Heffron ~

#1.2. Zelfbeeld & identiteit

Achtergrondinformatie

Dit zelfbeeld of identiteit is er niet enkel voor ons, geadopteerden, van toepassing. Door de roulerende rekening (Nagy: kind van de rekening) kan de hechtingsstijl of verwachting van de adoptieouder ook geprojecteerd worden op hun (adoptie)kind.

  1. Als geadopteerde

Zichtbaarheid en van tel zijn: voor een langere periode werd dit het kind ontnomen of verkeerd aangeleerd. Bovendien zijn tegenstrijdige gevoelens (loyaliteitsconflicten) voortdurend aanwezig t.a.v. de biologische- en adoptieouders. Het ondankbare woord “dankbaarheid” die adoptie vanzelfsprekend met zich meebrengt maakt menig adoptiekinderen monddood. Het is enorm moeilijk, zeg maar onmogelijk, om de roots levende te houden en tegelijk te verbergen. 

  1. Als adoptieouder

Gepaste, evenwichtige en responsieve zorg door de adoptieouders kan ervoor zorgen dat de initiële onthechting terug een gelijmd geheel wordt. De geschiedenis van de adoptieouders en hun ervaringen met hun (voor)ouders kunnen resulteren in een laag zelfbeeld waardoor ze als ouder van een (adoptie)kind niet stevig in hun schoenen staan en ongepast, onevenwichtig en non-responsief het kind opvoeden. Dit kan een destructieve parentificatie tot gevolg hebben voor het kind.

  1. In wisselwerking

Door de aangeboren loyaliteit (het deelthema van week 4) en zodus modelgedrag kan destructief aflopen omdat het kind geen identiteit ontwikkelt. Anderzijds kan probleemgedrag toegewezen worden aan de genen kan dit negatief inwerken op de persoonlijkheidsontwikkeling. Het ontbreken van de juiste communicatie en het benoemen van positief gedrag (talenten/kwaliteiten) zal een gevoel van onbekwaamheid meebrengen.

Conclusie: het gevoel “ik mag er zijn als persoon, niet als prestatie en ik word onvoorwaardelijk van gehouden” zal door een gemis van correcte, evenwichtige en responsieve zorg volledig naar de achtergrond verdwijnen en zal je als volwassene met onzekerheid, wantrouw en een portie zelfhaat moeten leven.

Mijn praktijk

Een deel van de achtergrondinfo zal later uitgebreider aan bod komen zoals parentificatie. Maar ik kan je al wel vertellen dat samen met onveilige hechting dit evenzeer ervoor gezorgd heeft dat ik als volwassene zeer afhankelijk werd van iemands oordeel of bevestiging. Micro expressies in iemand zijn gelaat, lichamelijke houdingen, intonatie en verdeelde aandacht geven mij elk apart of samen een gevoel van eenzaamheid en afwijzing. Dit komt dagelijks meerdere keren voor. Ik merk gelukkig wel wanneer ik getriggerd wordt, enkel kan ik nog niet tijdig en correct genoeg reageren. Ik werd geliefd als ik voldeed aan de verwachtingen van mijn ouders, maar mij werd steun, liefde ontzegd als ik hun pad niet koos. Ik werd dus om mijn prestatie beoordeeld en niet om wie ik was. Ik werd niet als mezelf aanvaard met mijn eigen keuzes die me moesten leren vallen en opstaan in mijn jeugd en tienerjaren. Schuldgevoel werd me aangepraat, communicatie werd me onthouden, koude oorlog werd met me gevoerd, dankbaarheid werd me opgelegd. Ik had geen eigen ik die rebelleerde voor een eigen identiteit in een veilige haven waar ik kon aanmeren als ik “viel” en waardoor ik met de nodige zorg en steun terug kon opstaan. Ik werd klein gehouden en perfect geacht te zijn.

Doorheen mijn jeugd voelde ik dit allemaal niet. Eens in de grote, boze wereld (na het middelbaar) werd me duidelijk dat ik niet voldoende voorbereid was op het leven en dat alle relaties (welke aard ook) zeer moeizaam (en oppervlakkig) verliepen. Het stemde me droevig, eenzaam en depressief. Het tijdperk van de therapie en heling begon toen.

Ik kan blijven typen, maar deze blog zal zeker nog meer aansnijden van deze confronterende en vaak pijnlijke periodes. Zou je graag met mij in dialoog willen gaan en samen dieper graven (ook in jouw praktijkverhaal) is dit steeds mogelijk.

Volgende week ga ik in op een ander deelthema; verlies, rouw en verdriet. Schrijf je in op mijn blog om een herinnering te krijgen als je dat wenst. Tot volgende week.

Zorg voor jezelf en tot snel!

#1.1. Hechting

Achtergrondinformatie

Hechting begint niet vanaf je geboorte. De band met je biologische moeder begint al in de baarmoeder. De manier hoe ze lichamelijk en emotioneel met je kan omgaan bepaalt ook voor een stuk de werking van je brein en emotionele ontwikkeling na je geboorte. Bovendien loopt hechting nog doorheen de 1ste 5 levensjaren. Als je na je geboorte afscheid moet nemen van je primaire hechtingsfiguur, waar je een biologische band mee hebt is dat één van de eerste trauma’s. Laat staan dat je de eerste jaren van je leven van locatie tot locatie, van opvoeder tot opvoeder moet gaan zonder hierbij een basisveiligheid te voelen, een vertrouwen te kunnen opbouwen. Dat hakt in op de bouwstenen van gehechtheid die duidelijk maken dat deze basis onmisbaar is voor de latere sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind om tot een emotioneel gezonde volwassene uit te groeien.

Bouwstenen van hechting (Truus Bakker) 
CREATIEF 
(machteloos) 
Zelf problemen oplossen ook met 
anderen, empathie, rollenspel 
ZELFSTANDIG 
(eenzaam) 
Kind weet dat het iets zelf kan, ik. 
besef, innerlijk beeld van ander, 
concentreren. geven en nemen 
ZELFVERTROUWEN 
( onzekerheid) 
0e wereld verkennen, omgaan met 
scheidingsangst. intersubjectiviteit 
(gedeelde vreugd) 
TOEVERTROUWEN 
(wantrouwen) 
Overgave, je openen voor de ander 
BASISVEILIGHEID 
(angst) 
Fase van het (onbewuste) voelen, er mogen 
zijn, een plek hebben, thuisgevoel 
Kind t 
VERTROUWEN 
(angstig) 
Vertrou%'en hebben in het kind, in 
vertrouwen laten gaan 
STEVIG EN DUIDELIJK ZIJN 
(vaag) 
Meer ruimte voor Zichzelf, ik- 
boodschappen. grenzen stellen 
zonder af te Wijzen 
STEUNEN EN MEELEVEN 
(geen interesse Of dwingend) 
Steunen en stimuleren, meeleven en 
begrip. kind zelf laten ontdekken, 
benoemen 
GEVEN 
(nemen) 
Verzorgen, spiegelen, meeleven, 
meekijken. volgen 
VERANTWOORDELIJK, ZORGEN VOOR 
(verwaarloz en) 
Levensvoorwaarden scheppen, leiding 
geven, reageren op behoefte/signalen kind, 
lichamelijk contact, reguleren 
Ouders

Je kan dus stellen dat als je enkele van de of alle bouwstenen mist/missen, je op een onveilige manier kunt hechten. Dit resulteert mogelijk in 3 hechtingsstijlen (Bowlby/Ainsworth).

  1. Angstig vermijdend

Deze kinderen exploreren heel veel. Bij vertrek of terugkomst van de moeder reageren ze nauwelijks en gaan door met hun spel, wat van matige kwaliteit, oppervlakkig en vluchtig is. Ze negeren of vermijden de moeder. Deze kinderen worden vaak door hun omgeving als zeer (prematuur) zelfstandig gezien. Complimenten zoals “Kijk, wat kan hij toch goed zelf spelen”, worden dan ook wel gegeven. Ondanks de uiterlijke onbewogenheid van deze kinderen blijkt de situatie voor hen ook stressvol te zijn. Dit is te zien aan de fysiologische effecten zoals een verhoogd cortisolgehalte. De interactiegeschiedenis van deze kinderen is er een van afwijzing en het genegeerd worden door de ouder. Ouders van deze kinderen zijn consequent insensitief, vaak afwijzend, hebben een afkeer voor fysiek contact, zijn zakelijk en snel geïrriteerd door huilen of ander weigerachtig gedrag van kind. De strategie van het kind is dat hij geen beroep meer doet op moeder uit angst voor afwijzing. Het kind heeft zijn gehechtheidsgedrag geminimaliseerd.

Van <https://nl.wikipedia.org/wiki/Hechtingstypen_van_kinderen>

  1. Angstig ambivalent

Deze kinderen vertonen veel hechtingsgedrag en weinig exploratie. Ze proberen constant nabij de ouder te zijn en reageren heftig op afwezigheid van de ouder. In de periode dat ze alleen zijn, zullen deze kinderen amper spelen of hun omgeving onderzoeken. Deze kinderen vertonen tweezijdig ambivalent gedrag. Aan de ene kant klampen ze zich vast aan hun moeder of vader, maar aan de andere kant tonen ze hun woede en teleurstelling over het feit dat hun moeder is weggegaan door ook afwerend te reageren. De strategie die deze kinderen ontwikkeld hebben, is het maximaliseren van gehechtheidsgedrag, waarbij de boosheid de functie als straf voor de ouder heeft. De interactiegeschiedenis van deze kinderen is er een waarin de ouders inconsequent sensitief, soms grillig en onvoorspelbaar reageren en vaak onbereikbaar zijn op cruciale momenten.

Van <https://nl.wikipedia.org/wiki/Hechtingstypen_van_kinderen>

  1. Gedesorganiseerd

Het lijkt alsof deze kinderen tegenstrijdige verwachtingen hebben over de beschikbaarheid van de opvoeder of bang zijn voor de opvoeder. Zij laten bijvoorbeeld tegenstrijdige gedragingen en emoties zien (bijvoorbeeld eerst huilen, maar opeens beginnen te lachen). Ook kan het zijn dat ze zich abnormaal bewegen, plotseling stilstaan, waarbij het lijkt dat ze zich niet meer kunnen bewegen (bevriezen of verstarren). Soms lijken zij in de war als de ouder terugkomt en toenadering zoekt. Zij slaan de handen voor de ogen of wiegen heen en weer of wenden het hoofd af terwijl zij naar de ouder lopen of kruipen. Het lijkt alsof de komst van de ouder de stress bij het kind eerder verhoogt dan verlaagt. De interactiegeschiedenis van deze kinderen is zeer onvoorspelbaar en incoherent geweest. Denk hierbij aan traumatische ervaringen, zoals mishandeling of aan onverwerkte trauma’s bij de ouder zelf. In de interactie tussen ouder en kind kan een onverwerkt trauma bij de ouder ervoor zorgen dat deze soms wegvalt, “dissociatief”, of dat de ouder het kind ineens laat schrikken.

Van <https://nl.wikipedia.org/wiki/Hechtingstypen_van_kinderen>

Belangrijk is het onderscheid te maken tussen de -18 (hechtingsstoornis: DSM- IV) en +18 diagnose m.b.t. hechting. Bij therapeutische ouderschap (17/01/2020) op facebook wordt dit echt helder uitgelegd.

Mijn praktijk

Hoe vertaal ik heel deze theorie in mijn praktijk? Ik ben niet gediagnosticeerd. Daar wil ik eerst mee beginnen. Maar na jaren van verschillende therapieën ondergaan en de info onderzocht te hebben kan ik ervan uitgaan dat ik angstig ambivalent gehecht ben. Het is werkelijk een vast gegeven in mijn dagdagelijkse leven.

Ik stoot af, ik trek aan, ben dan manisch en dan weer depressief. Ik lok reacties uit om deze te kunnen kaderen en te bevestigen binnen mijn reeds lage eigenwaarde. Ik kan in een slachtofferrol vallen om te hopen op troost en veiligheid van mijn communicatie partner. Ik zoek continu iemand anders grenzen op om na te gaan of ik het waard ben om voor te vechten. Maar eveneens overtreed ik mijn eigen grenzen om te ‘pleasen’ zodat ik geliefd wordt voor mijn prestatie (want ik ben en heb geen ‘ik’) en niet verlaten te worden. Deze continue waakzaamheid om ieder contact met wie dan ook te speuren naar de bevestiging van mijn inferieur gevoel is telkens een uitputtingsslag. Je daarna dan ook daadwerkelijk zo getroffen voelen als dat minderwaardig gevoel getriggerd wordt. Vaak genoeg vul ik zelfs voor een ander in wat mogelijks zelfs niet in zijn woorden en intenties voorkomt. Een selffulfilling prophecy als het ware…

Bij mij manifesteren de triggers zich via emo-eten. Ik kan mijn eigen gevoel niet reguleren dus ik zorg dat eten dat kan doen (heb dit nooit geleerd omdat responsiviteit ontbrak in mijn eerste levensjaren). Ik had er toch niet voldoende van in het weeshuis (nog een aspect dat mijn leven beheerst: eten) dus dan maar vettig eten zodat ik verzadigd ben en daardoor getroost en lichamelijk veilig voel. Zo interpreteer ik dit toch na zelfreflectie.

Niet alles is terug te brengen op hechting in mijn verhaal. Een bijkomend trauma zoals parentificatie (opvoeding door adoptieouders) heeft mijn onveilige hechting nog versterkt en verder onthecht. Dit is voer voor een ander maandthema.

Er is nog zoveel te vertellen qua achtergrondinfo en praktijkverhaal, maar dit vat het voor je samen. Zou je graag met mij in dialoog willen gaan en samen dieper graven (ook in jouw praktijkverhaal) is dit steeds mogelijk.

Volgende week licht ik “zelfbeeld en identiteit” toe. Schrijf je in op mijn blog om een herinnering te krijgen als je dat wenst. Tot volgende week.

Zorg voor jezelf en tot snel!

#1 adoptie: het leven zoals het is

De grote gemeenschappelijke noemer waardoor ik deze blog ben gestart is “adoptie”. Welke invloed heeft adoptie of dit nu gaat om interlandelijke of binnenlandse adoptie?

Mijn motto is steeds “be the original, be you”, maar hier boor ik al onmiddellijk een pijnlijk thema aan. Om jezelf te kunnen zijn moet je jezelf kennen en mogen zijn. In wezen hebben we die “ik” nooit volledig en veilig kunnen exploreren en ontwikkelen.

Ik ben op zoek gegaan naar de meest betrouwbare en volledige informatie die dit complexe en harde thema kan ontrafelen. Helaas kon ik hiervoor niet bij mijn eigen overheid terecht, maar die van de buren, Nederland. De website https://adoptie.nl/professionals/voor-hulpverleners/belangrijke-adoptiethemas/  somt het allemaal zo klaar en duidelijk voor je op.

Ik vat deze deelsite wekelijks voor je samen in de maand februari. Tegelijk zorg ik er voor dat deze theorie getoetst wordt aan de praktijk: mijn praktijk.

Zorg voor jezelf en tot snel!

Mijn eerste blogbericht

Wees jezelf; de rest is al bezet.

— Oscar Wilde

Dit is het eerste bericht op mijn nieuwe blog. Deze blog is net opgericht, dus kom snel terug voor meer. Meld je hieronder aan om een bericht te ontvangen wanneer ik nieuwe berichten plaats.

Ik wil je toch al deelgenoot maken van mijne eerste en belangrijkste sentiment. Blijf vooral dicht bij jezelf in een wereld die je probeert te veranderen en waar prikkels van buitenaf een immens effect op je kunnen hebben.

Dicht bij jezelf blijven betekent vooral dat je in contact met anderen je eigen persoonlijkheid durft te tonen of die nu al dan niet wordt aanvaard door de ander.

Je eigen keuzes, je eigenschappen, je normen en waarden, je humor, je capaciteiten, je ideeën, je visies, je meningen … Je mag er zijn met wie je in de basis bent!

Vaak is hiervoor zelf-ontdekking en heling nodig om te komen tot een bevrijd gevoel. Daar wil ik jou (en mezelf) mee helpen.

Don’t forget: just be the orginal, be you!

Wie ben ik?

Hallo allemaal. Ik ben een 40jarige vrouw, getrouwd en heb een heerlijk kind van bijna 3,5 jaar. Ik ben geadopteerd op de leeftijd van 3 jaar uit India via de Vreugdezaaiers en kwam hier in België terecht. Mijn uitgebreid verhaal vind je verder op deze website.

Waarom wil ik beginnen met deze blog?

De leeftijd van 40 doet me wijzen op een soort dringendheid om mezelf op orde te stellen zodat ik de volgende 40 (50) jaar een volledig en geheeld leven kan leven. Ik zit in het proces van zelf ontdekking en een zoektocht naar waar de kinkjes in de kabel zitten om die recht te trekken. Bovendien wil ik mijn dochter de roulerende rekening niet presenteren van mij en mijn voorouders en haar meer neutraal (zonder al te veel van mijn schade) opvoeden.

Wat is het nut hiervan?

  • Niet enkel zal mij dit helpen om dit proces tot op een goed einde te brengen
  • Evengoed hoop ik hier anderen, die in eenzelfde situatie zitten, inzicht te geven en verder te helpen in hun proces.

Ik zal open met jullie zijn over hoe mijn leven eruit (heeft) ziet (gezien), hoe ik gekomen ben tot dit punt en welke plannen ik nog heb om mijn bestemming te bereiken.

Wat kan je verwachten van mijn blog?

  • Ik zal maandelijks een blogthema aanstippen
  • Dit thema wordt wekelijks verdeeld in deelthema’s
  • Elke maand zijn er op mijn facebook pagina ook tussendoortjes aangaande relaties, communicatie en de actualiteit

Deze blog is er voor iedereen die graag wil weten hoe je dit leven kunt overleven door je trauma’s te accepteren en inzicht te verkrijgen in hechting, parentificatie, natuurlijk ouderschap en alle onderwerpen die zich hier tussenin bevinden.

Ik hoop dat je als lezer geboeid bent met de thema’s en dat deze tegelijk ook inzicht geven in je eigen leven en hoe je aan de slag kunt met vastgeroeste (denk)patronen.

Ik sta steeds open voor een babbel via Facebook Messenger of via mijn mailadres: howtosurviveinlife2020@gmail.com. Ik wil zelfs praktisch met je aan de slag gaan volledig op jouw maat. No strings attached, alles op je tempo.

Zorg voor jezelf en tot snel!

https://www.facebook.com/howtoheallife

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag