#2.2 Waarom werd ik geparentificeerd?

Ik wil enkele begrippen uitlichten om meer begrip te creëren voor de ‘plegers’. Begrijp me zeker niet verkeerd. Begrip is geen synoniem voor goedkeuring. Maar begrip opent wel deuren om een knop te vinden om je vastgeroest denkpatroon over de schuldvraag om te draaien. Enkel zo kan je, binnen een veilige omgeving, helen.

De begrippen heb ik uit de volgende bronnen gehaald:

Achtergrondinformatie & enkele begrippen

Met parentificatie wordt bedoeld: de gezinsomstandigheden waarin van de kant van de ouders het kind verantwoordelijk wordt gemaakt voor het welbevinden van de ouders. Of door middel van het overnemen van (verzorgings)taken, door middel van het zich laten verzorgen, of door het leven voor de ouders te leven.

Om zo volledig mogelijk te zijn, hierbij een overzicht van de inzichten die verschillende gezinstherapeuten over het begrip parentificatie geven.

  • Nagy:
    gebruikt het woord parentificatie en maakt een onderscheid tussen functionele afhankelijkheid, waarbij het kind taken van de ouders overneemt en zijnsafhankelijkheid, waarbij het voor kinderen onmogelijk wordt om zonder schuldgevoelens zelfstandig te worden. Kinderen vervullen behoeften van ouders, een gegeven dat in extreme (destructieve) vorm slecht is voor de kinderlijke ontwikkeling en het functioneren als volwassene. Daar kinderen existentieel loyaal zijn naar hun ouders toe, is het vrijwel onmogelijk voor ze om zich aan deze per definitie assymetrische ouder-kind relatie te onttrekken. Ze zullen hun hulp zo nodig opdringen of situaties forceren waar de ouders niet om hen heen kunnen.
  • Stierlin:
    spreekt van het delegatieprincipe. Hieronder verstaat hij dat het kind een ‘opdracht’ wordt gegeven die voortkomt uit innerlijke conflicten bij de ouders, waarbij het kind zich ten doel stelt deze voor hen op te lossen. Hij denkt daarbij vooral aan de adolescentiefase, waarin extreme binding en verstoting als uitersten spelen.
  • Minuchin:
    gebruikt het woord adjudant, ‘the parental child’. Het kind komt in de ouderpositie en wordt een plaatsvervangende ouder, de bewaker van het gezin. Het welbevinden van het gezin wordt boven het eigen welbevinden geplaatst, het kind is daardoor niet in staat aan zijn eigen basisbehoeften te voldoen.
  • Elkind:
    gebruikt het begrip ‘the hurried child’, kinderen die onder de druk der omstandigheden gepusht worden om zich overhaast volwassen gedrag eigen te maken, zonder de hiervoor noodzakelijke parallel lopende emotionele rijping. Het kind krijgt een symboolfunctie die aansluit bij de emotionele behoeften van de ouders. Ook gebruikt hij de term ‘ouder-kind contracten’. Dit zijn op wederzijdse verwachtingen en vertrouwen berustende ongeschreven regels betreffende de relatie, die in de loop van de ontwikkeling steeds aangepast worden. Problemen kunnen ontstaan als er ‘contractbreuk’ plaats vindt en het kind alle volwassen verantwoordelijkheden te dragen krijgt.
  • Richter:
    spreekt van rolpatronen. Bij het kind is er echter sprake van een in principe uiterst selectieve, aanvullende en incomplete rolopvatting met daaraan gekoppeld rolgedrag. Dit is specifiek gericht op bij de ouders gesignaleerde tekorten. Het kind wordt niet gewaardeerd om wat het is, maar om wat het conform de rolverwachtingen behoort te zijn. In het kind wordt door de ouder gezocht: degene die men is, was, zou willen zijn of juist niet mag of kan zijn. Het kind krijgt deze rol gedicteerd en accepteert die ook om een betere ouder te zijn of worden dan de eigen ouders.
  • Van der Plas beschrijft parentificatie als volgt: een gezins-interactie- patroon waarbij generatielijnen worden overschreden en wel in die zin dat het kind ouderlijke functies gaat vervullen ten opzichte van de ouder, waarbij het niet slechts om taken gaat maar er vooral sprake is van rolomdraaïng. Slaagt men er niet in zich los te maken en te distantiëren van de opgedragen maar ook verinnerlijkte rol van hulpverlener, dan kiest men in de latere beroepscarriëre opnieuw voor opofferende hulpvaardigheid aan anderen.

Gezin van herkomst

Er komen in ieder gezin wel periodes of situaties voor dat er van de kinderen wordt verwacht dat zij zich als een verantwoordelijke volwassene gedragen. Dit is op zich een gezonde situatie waarin het kind de gelegenheid krijgt om een ‘gever’ te zijn en niet alleen aan de nemende kant te staan, zoals nogal eens over ‘een gelukkige jeugd’ gedacht wordt. Kinderen zijn gevers van nature.

Parentificatie is niet per definitie slecht. Het geeft het kind ook de gelegenheid en mogelijkheid te leren zorgen voor anderen, iets te doen waarmee het zich vrijer zal voelen om ook dingen voor zichzelf te doen en constructief gerechtigde aanspraak te verdienen.

Het wordt destructief als het kind taken krijgt waarvoor het leeftijdsonbekwaam is, het zich schuldig voelt om zich te ontwikkelen, er geen rekening gehouden wordt met de capaciteiten, of als er geen enkele erkenning gegeven wordt voor de inspanningen van het kind. De rigiditeit, de intensiteit en de tijdsduur zijn mede bepalend voor de mate van de destructiviteit. Dit zal vooral het geval zijn in gezinnen waar de ouders niet in staat zijn van hun kinderen te ontvangen en/of nemen, bijvoorbeeld omdat vroeger ook hun ouders niet konden ontvangen en/of nemen. Deze kinderen zullen dan eindeloos doorgaan met geven, zonder dat het ooit genoeg zal zijn.

Wanneer er door de ouders helemaal geen erkenning wordt gegeven, bestaat het gevaar dat het kind een gekozen oplossing voor een situatie, om hier mee om te gaan (coping) als enige mogelijkheid ervaart en ook later als volwassene geen alternatieven kan zien bij het zoeken naar oplossingen. En daardoor een onverschilligheid aan de dag legt omdat het toch allemaal niets uit maakt.

De grondlegger van het fenomeen ‘Parentificatie” Professor Iwan Nagy geeft aan dat er twee soorten afhankelijkheid bij ouders bestaan, waarbij hij de zijnsafhankelijkheid als destructiever beschouwt dan de functionele afhankelijkheid.

Parentificatie door middel van zijnsafhankelijkheid houdt in dat de ouders het kind nodig hebben om er voor hen te zijn en te blijven. Het kind mag dus niet groeien of volwassen worden. Het zal tegen wil en dank toch groeien, maar heeft het gevoel de ouders nooit te kunnen geven wat ze verlangen. De ouders hebben het gevoel dat hen iets ontnomen wordt waar ze recht op hebben en zien niet dat ze het kind in de eigen ontwikkeling belemmeren of deze onthouden. Het kind wordt hierdoor verantwoordelijk voor het welzijn van de ouders, ouder van de ouder gemaakt en is daarmee de eigen grootouder.

Omdat deze ouders indertijd destructief gerechtigde aanspraak opgebouwd hebben en zelf nog zo veel erkenning nodig hebben, kunnen zij hun kind geen erkenning geven voor wat het doet en geeft. Op deze manier presenteren zij de roulerende rekening aan de volgende generatie. Het kind wordt het kind van de rekening. Een schrijnend, maar prachtig gefilmd voorbeeld is de zoon die pianist voor zijn vader wordt in de film Shine. De vader is door de oorlog niet in staat geweest deze droom tot vervulling te brengen en verlangt nu dat zijn zoon dat in zijn plaats doet. Wat de zoon ook doet, het is nooit genoeg. Uiteindelijk betalen beiden hier een hoge prijs voor.

Functionele afhankelijkheid hoeft het kind niet in zijn groeien te belemmeren. Het destructieve kan hier zitten in taken waar het kind nog leeftijdsonbekwaam voor is, waar het nog niet aan toe is, of het onthouden van erkenning.

Mijn praktijk

In mijn geval gaat het over een grote zijnsafhankelijkheid. Ik werd verantwoordelijk gesteld voor het welbevinden van mijn adoptiemoeder. Het leven dat mijn moeder voor me had uitgestippeld en het ideaalbeeld dat ze had van een dochter moest worden gevolgd. De emotionele behoefte van mijn moeder, de verwachtingen die ze had waren in het minste mijn eigen behoeften en verwachtingen voor het leven. De rol die ik behoorde te hebben werd pas versterkt in mijn adolescentie. Een periode waarin afzetting en verbinding een hoofdrol speelt om te komen tot een eigen identiteit.

Zoals hierboven beschreven en in retrospectief voelde dit eigenlijk echt aan als een contract. De standaard verwachtingen en rollen die er wederzijds mogen zijn werden in ons contract enorm scheef getrokken. Ik overtrad vaak de regels en op zich is dit niet vreemd in de adolescentie. Het aftasten, het zoeken naar, het ontwaren van succeservaringen en teleurstellingen die horen bij het maken van verkeerde keuzes.

Het probleem was dat ik enkel succeservaringen mocht ervaren door het volgen van mama haar uitgestippeld pad. Het waren dus in tsé haar succeservaringen. Als ik keuzes maakte die naar mijn ‘ongeluk’ zouden leiden werd ik genavigeerd in de andere richting. Maar die navigatie ging steeds gepaard met manipulatie. Welke soort manipulatie zal ik verder toelichten in het volgende deelthema.

De manipulatie gaf na verloop van tijd een verkeerd beeld over mezelf:

  • Ik kon niet zonder bevestiging van mijn moeder, maar evengoed ook later niet in elke relatie die ik had/heb: liefde, werk, vriendschap…
  • Mijn moeder zat steeds op mijn schouder (zie titel #2 je ouders op je schouders) mee te kijken en was het stemmetje in mijn hoofd bij keuzes die ik maakte (eigenlijk maakte zij die voor mij door dat stemmetje)
  • Ik had geen eigen identiteit want ik werd totaal overgenomen door mijn moeder
  • Ik werd gewaardeerd, maar enkel als ik haar idee van succeservaring volgde
  • Ik werd niet gewaardeerd om mij, als persoon met eigen identiteit
  • Ik was enkel waardevol als ik een perfect en klein kind was en bleef
  • Schuldgevoel overheerst mijn leven bij elke keuze die ik maak die een impact zou kunnen hebben op een ander. Ik zal dus daarom ook altijd i.f.v. een ander beslissen en niet i.f.v. mezelf.

Niet enkel die aangeboren/verworven loyaliteit die we voelen jegens onze verzorgers, maar evenzeer de dankbaarheid van gered te zijn van een lot dat waarschijnlijk mijn leven zou genomen hebben, was de aanleiding dat die manipulatie zo goed zijn weg vond in mijn brein.

Ik heb me lang zwak gevoeld. Dom. Dat ik iemand zo’n macht over mij liet hebben. Dat ik er geen ‘clean break’ mee kon maken. Nog steeds niet, ook al leven we op een grotere afstand van elkaar. Die afstand heb ik er trouwens bewust ingebouwd om die macht niet te intens te laten doorsijpelen op mijn volwassen leeftijd. Want ik voel(de) me best opgelaten dat ik nog zo geleid wordt door mijn mama.

Nu heb ik proberen te graven naar het waarom en het mechanisme dat daar achter zit. De theorie heb ik proberen matchen met mijn eigen praktijk. Het is soms akelig hoe een onbekende psychologen, geboren voor mijn tijd, mijn verhaal zo goed konden onderbouwen met hun bevindingen uit zovele verhalen in hun beroepsleven.

Er is toch grond, waarheid en richting in mijn gevoel. In wat er is gebeurd en of dit bewust of onbewust werd opgelegd. Ik mag me gekwetst en getraumatiseerd voelen, maar nu moet ik verder kijken dan de roulerende rekening en zelf deze familielijn doorbreken. Mijn dochter is het waard om de rekening van mij niet gepresenteerd te krijgen. (meer over deze roulerende rekening in het laatste deelthema: hoe doorbreek ik deze roulerende rekening)

Herken je je in mijn verhaal, ben je er nog niet volledig achter wat jou allemaal ten beurt viel? Ik sta ervoor open om samen met jou te graven of gewoon om een babbeltje mee te slaan. Je kan me een berichtje sturen vanop mijn facebook pagina ‘how tot survive in life’ https://www.facebook.com/howtoheallife/

Zorg voor jezelf en tot snel!

2 gedachten over “#2.2 Waarom werd ik geparentificeerd?

Plaats een reactie

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag