#2.1. Gepaste zorg versus ongepaste zorg: balans van geven en nemen

Achtergrondinformatie

Nagy’s werk: grondlegger contextuele theorie

Nagy’s werk staat bekend onder de naam “contextuele therapie”. Eén van de centrale ideeën hierin is de onvoorwaardelijke loyaliteit tussen ouders en kinderen. Kinderen krijgen van hun ouders het leven, daardoor zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bij het oneindig groot cadeau van het leven voelt elke mens namelijk de drang om iets terug te geven. Kinderen (ook volwassen kinderen) doen dit volgens Nagy door iets van het eigen leven te maken of door bijvoorbeeld zelf kinderen te krijgen. Behalve de loyaliteit die ontstaat door de geboorte, voelen kinderen zich ook loyaal tegenover mensen die voor hen zorgen en hen opvoeden. Het is de zogenaamde “verticale loyaliteit”. Daarnaast had Nagy ook aandacht voor “horizontale loyaliteit”, bijvoorbeeld tussen boers en zussen. 

Nagy gebruikt graag het beeld van een balans: geven en nemen moeten in evenwicht zijn. Kinderen krijgen van hun ouders, maar geven ook terug. In de meeste gezinnen loopt dat vanzelf goed, maar soms raken relaties verstoord. Dan treedt er volgens Nagy een onevenwicht tussen geven en nemen. Wat uit balans raakt in één generatie, wil de volgende weer in evenwicht brengen (roulerende rekening). (Bron: https://www.expoo.be/de-pedagogische-visie-van-iv%C3%A1n-nagy)

Vertaling van Nagy’s werk

Veel ouders projecteren hun afgesplitste behoeften en/of persoonlijkheidskenmerken op hun kinderen waarbij het kind in de interactie zodanig wordt beïnvloed dat het zich steeds meer conform de projectie van zijn ouder(s) gaat gedragen.

Kinderen hebben niet het vermogen om die projectie te onderkennen en af te weren. Een kind past zich – vanuit gebondenheid en loyaliteit – aan de ouderlijke bewuste en onbewuste behoeften aan. Dit verschijnsel noemen we het parentificatieproces. 

Hierbij gaat een kind zich steeds meer en meer aan het afgesplitste deel of de behoefte van de ouder(s) conformeren. Tegelijk groeit hierdoor bij de ouder meer en meer de primitieve afweer tegen dit afgesplitste deel. Binnen deze interactie ontstaat meer en meer een groeiende onderlinge afhankelijkheid.

Alle kinderen zorgen voor hun ouders. Ze helpen een handje in huis of proberen hun ouders te troosten als ze verdriet hebben. Maar soms schiet die zorg nogal door. Heel wat kinderen die er steeds moesten zijn voor hun ouders, ondervinden daar op volwassen leeftijd nog de gevolgen van.

Ieder kind zorgt, want zorgen maakt je als mens waardevol, zorgen is dus een positieve menselijke eigenschap. Het is normaal dat een ouder veel geeft en een kind heel weinig. En dat beetje wat een kind teruggeeft, is bedoeld om het te laten groeien in zijn eigenwaarde, om het zelfvertrouwen en een gevoel van verantwoordelijkheid te geven. Dus het kind helpt met tafel afruimen, slaat de armpjes om je heen als je tranen in je ogen hebt, of geeft een te gekke stropdas voor vaderdag.

Voor een gezonde sociale emotionele ontwikkeling van een kind is echter nog meer nodig. Eén is dat je de zorg van je kind ziet en hem daarvoor erkenning geeft. “Je bent geweldig. Wat goed van je dat je me geholpen hebt.” Zo weet het kind zich gezien en krijgt het gevoel: “Ik doe ertoe, ik mag er zijn.” 

Maar ook van belang is dat de zorg wordt afgebakend; dat heet gepaste zorg. “Tot hier toe en niet verder, want je bent nog maar 6. Ga maar lekker buiten spelen.” Zo leert het kind (later) om zelf grenzen te stellen en voor zichzelf op te komen. Deze kinderzorg wordt met een psychologische term constructieve parentificatie genoemd. Maar een destructieve vorm van parentificatie kan ontstaan als een kind op een ongepaste manier voor zijn ouders zorgt. (Bron: https://www.ouders.nl/artikelen/je-ouders-op-je-schouders)

Mijn praktijk

Ik wil vooral beginnen bij het feit dat ik vandaag niemand meer iets kwalijk neem over de roulerende rekening die mij ten beurt viel. Echter heb ik me lange tijd boos en machteloos gevoeld. Ik kon het niet van me afzetten omdat het onrechtvaardig aanvoelde. Eens het contextuele begrip er kwam kon ik de schuldvraag wegschuiven. Nu begint het helingsproces waardoor de triggers me niet meer zo instant beïnvloeden.

Ik ben echt liefdevol opgevoed. 2 ouders die me echt wilden. Ongewenst kinderloos en ‘eindeloos’ gewacht op een kindje: mij.

Mijn kleuter- en scholierjaren verliepen niet steeds van een leien dakje. Ik voelde me vaak het laatste gekozen, genegeerd: een buitenstaander. Ik wilde me (daardoor) ook niet sociaal engageren vertelde mijn moeder me ooit.

De jaren zonder rebellie verliepen als een kabbelend beekje. Vanaf het moment dat ik mezelf zocht in de wereld (remember: ik had al geen echte ik door de onveilige hechting vanwege de weeshuisjaren), een periode van rebellie en afzetting van je ouders wat een volstrekt normaal proces is, was de start van het destructieve parentificatie proces.

Dat kabbelend beekje waarover ik het net had was enkel de perceptie en herinnering van toen. Maar de subtiele navigatie vanuit mijn moeder om haar te volgen in alles waar zij vond dat ik moest voor staan begon eigenlijk ook al daar.

In retrospectief, met meer begrip, ontwaarde ik een systematische tactiek. Een opvoedingsstrategie die mijn verworven loyaliteit en de bijhorende dankbaarheid aansprak.

Hoe dit zich bij mij uit in het huidige leven bespreek ik in 2.3. hoe werd ik geparentificeerd (theorie versus praktijk).

Herken je je in mijn verhaal, ben je er nog niet volledig achter wat jou allemaal ten beurt viel? Ik sta ervoor open om samen met jou te graven of gewoon om een babbeltje mee te slaan. Je kan me een berichtje sturen vanop mijn facebook pagina ‘how tot survive in life’

Zorg voor jezelf en tot snel!

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag